[00:00] Van aardbeienteelt naar serrebouw en industriële overkappingen
Björn Crul: Dag luisteraars, welkom bij een nieuwe podcast van Business Vlaanderen. Hun vader, een aardbeienkweker, zocht destijds een serre die voldeed aan wat hij nodig had. Omdat hij ze niet meteen vond, besloot hij er dan uiteindelijk zelf maar een te bouwen. Uit die oplossing voor het eigen bedrijf groeide gaandeweg een onderneming die vandaag niet alleen serres bouwt, maar ook grote industriële overkappingen realiseert. En die wordt geleid door de tweede generatie. Achter die groei zitten een aantal keuzes die voor veel ondernemers herkenbaar zijn. Wat doe je bijvoorbeeld met 40 werknemers wanneer je kernactiviteit sterk seizoensgebonden is? Bouw je daarom een tweede activiteit uit, besteed je de productie uit of investeer je net met meer eigen productie? En wat gebeurt er wanneer broer en zus uiteindelijk samen het familiebedrijf overnemen? Dat zijn veel dingen en daar ga ik allemaal over praten met Karl en Kim Maes van Vermako. Zij zijn dus, zoals al gezegd, zoon en dochter van de eerder vermelde vader en leiden vandaag samen het bedrijf. Welkom allebei.
Karl Maes: Oké.
[00:58] Het ontstaan van Vermako vanuit de aardbeienteelt
Björn Crul: Karl, ik denk dat we dus moeten beginnen bij het verhaal van uw vader, zoals we al even gezegd hebben. Dus het is allemaal begonnen bij aardbeien. Hoe is het verhaal ontstaan?
Karl Maes: Ja, inderdaad. Onze pa was landbouwer en hij heeft van alles gekweekt en geprobeerd. Hij had ook heel wat dieren op de boerderij. Maar ze zijn eigenlijk uitgekomen bij aardbeien als iets dat ze echt graag deden en dat ook interessant was om te telen. Dat was in die tijd nog in volle grond en niet beschermd. Dus was het heel seizoensgebonden of heel weersafhankelijk hoe de opbrengst ging zijn. En er was daar bescherming voor nodig om het inkomen zekerder te maken. En ze zijn dan op zoek gegaan naar een overkapping voor die aardbeien. Maar op de markt vonden ze niet echt wat ze wouden. En ja, daar heeft hij dan in de wintermaanden zijn werk of zijn hobby van gemaakt om een eigen overkapping te bouwen, die meer zijn ding was.
Björn Crul: En had hij op dat moment daar iets van ervaring of ideeën over hoe dat moest?
Karl Maes: Nee, niet per se. Hij had wel iets in zijn hoofd. Daar wil ik ongeveer landen. En ook al sinds zijn jeugd was hij heel geïnteresseerd in metaal en constructie. En dan in de wintermaanden had hij wat tijd om iets te proberen en heeft hij iets gemaakt, het weer afgebroken, nog iets gemaakt om eigenlijk bij zijn ideale versie uit te komen. Ja, dat is goed uitgedraaid. Ik weet wel nog dat hij vertelt dat dat zeer lastig was. Dat hij zei na zijn eerste serre: ik ga nooit geen serre meer bouwen, want het is koud in de winter en hij heeft veel dingen opnieuw moeten doen. En uiteindelijk is het dan toch gelukt, maar het harde werk heeft wel geloond.
[02:55] Van een eigen serre naar een commerciële activiteit
Björn Crul: En het is gelukt om zijn eigen serre te bouwen. En meer nog, hij heeft dan zelf beslist dat hij dat ook voor andere mensen gaat doen. Dat is eigenlijk het idee van hoe het bedrijf is begonnen. Wanneer is die klik dan gekomen dat hij dacht dat hij dat eigenlijk ook voor anderen kan doen? Dat is misschien een interessante opportuniteit.
Karl Maes: Ik denk dat dat was na zijn eerste ronde, of na zijn eerste oogst. Hij had eigenlijk al zijn investeringen van de materialen terugverdiend.
Björn Crul: Ik denk: oh ja, dat is interessant. Goede business eigenlijk.
Karl Maes: Als dat voor mij lukt, dan moet dat voor andere mensen ook lukken. Dat was ook meer zijn ding. Hij vond het plezanter om bezig te zijn met metaal en te construeren dan met de landbouw echt bezig te zijn. En van een passie of een plezier zag hij daar inderdaad een business in. En hij had ook bevriende kwekers die hetzelfde zochten zoals hij. Ja, van eentje kwamen er twee en drie.
Björn Crul: En zijn het die kwekers die dan naar hem zijn gekomen, of is hij dat eigenlijk actief zelf gaan voorstellen? Van: misschien kan ik voor jullie iets betekenen?
Karl Maes: Ik denk dat ze vooral daar veel over praatten in die tijd. Bevriende collega’s die zeiden: bij mij is het zo gegaan of ik heb dat staan. Hoe werd dat bij jou? Of heb jij die of die kwaaltjes ook? En dan werd erover geredeneerd, laten we zeggen, op café of na de kerk. Van het een kwam het ander, en dan zei mijn pa: ik ga jouw serre zetten. We gaan dat zo en zo doen. En dan moest hij beginnen investeren in materiaal kopen, folie kopen. En dan moest het er komen en moest de klant tevreden zijn.
[04:33] Het belang van klantgerichtheid en planning
Björn Crul: En is het feit dat jullie vader dan zelf klant van zichzelf was, of zelf aan de andere kant van het verhaal heeft gezeten, als iemand die nood had aan een serre, is dat iets wat vandaag nog altijd speelt bij jullie? Dat jullie begrijpen wat de klant wil, om het zo te zeggen. Karl Maes: Ja, dat is een zeer belangrijke in onze stijl of opvoeding geweest. Begrijp wat de klant wil en begrijp wat hij vraagt. Zeker de dag van vandaag ook nog. En de planning dan is heel belangrijk. Dat het seizoen van de aardbeien in februari, maart de kas of de serre moet klaar zijn tegen dan, maar ook dat de installaties die volgen op onze installatie ook moeten klaar zijn. Redelijk nuchter en redelijk zelfzeker die planning opstellen. En ook samen met de klant bepalen hoe we het gaan aanpakken en hoe het ook moet lopen.
[05:25] De uitdagingen van een seizoensgebonden activiteit
Björn Crul: Oké, want inderdaad, zo zijn jullie als familie eigenlijk gerold in dat hele serreverhaal. Maar dat is per definitie een seizoensgebonden sector, iets wat gebonden is aan seizoenen. Wat betekent dat concreet? Waarom is dat iets waar we het over hebben? Hoe vertaalt zich dat in de praktijk?
Kim Maes: Mijn broer heeft het al een beetje verteld. Een klant komt bij ons aankloppen en zegt: ik wil graag een serre tot een bepaalde datum, want ik heb planten aangekocht en ik wil mijn teelt starten. En wij gaan dan ons uiterste best doen om ook die deadline te halen. Maar wat je dan merkt, of wat mijn vader merkte en wij zelf ook, dat er bepaalde maanden zijn, bijvoorbeeld mei, juni, juli, augustus, dat de klant geen tijd heeft, want hij zit veel te druk in zijn serre.
Björn Crul: Ja, dan moeten de aardbeien, of whatever hij teelt, vooral aandacht krijgen.
Kim Maes: Ja, moet het gebeuren. Dus wij merkten dan dat het wel op en neer ging in de productie. Dus we moesten ons heel hard jagen om de deadline te halen. Maar dan heb je enkele maanden niet echt druk, waar je dan ook moet schakelen. Dat je zegt: wat gaan we hier nu mee doen? De productiehal staat er, we kunnen ze toch niet gewoon maar laten staan.
Björn Crul: Je kunt niet maanden niets produceren als bedrijf. Dat is niet interessant als speler. Maar het is dus wel meer dan gewoon even slim plannen of zo. Het is echt wel fundamenteel in hoe het bedrijf in elkaar zit. Wanneer is het dan voor het eerst doorgedrongen van: we moeten hier echt iets op vinden, slim mee omgaan?
[06:59] Export als oplossing voor de schommelingen in de productie
Kim Maes: Er is een opportuniteit gekomen in het begin van de jaren 2000. Dat was een opportuniteit waar wij bij betrokken waren. Dat ging over export. Dat was een Nederlands bedrijf dat rozen wilde kweken in Ethiopië. En die wilden elke week anderhalve hectare serre bouwen. Dat was wel een opportuniteit. Dat moesten we enkel leveren. Dan werd het geïnstalleerd ter plaatse. En dan kon de productie seriewerk doen. Heel veel repetitieve dingen produceren, waardoor dat seizoen opgevangen werd, eigenlijk.
Björn Crul: Maar dat is niet iets wat elke week langskomt, zo’n kans. Dus jullie hebben dan uiteindelijk besloten om toch te gaan verbreden en een soort nieuwe tak aan het bedrijf te bouwen. Wat is die uiteindelijk geworden?
[07:46] Diversificatie naar industriële overkappingen
Kim Maes: We hebben de export tien jaar kunnen bedienen. Maar we merkten heel veel concurrentie van andere landen, zoals China of India, waardoor we zeiden dat dit niet meer werkt, want wij werken volgens Europese standaarden. Dus is er een opportuniteit ook langsgekomen voor het overkappen van bepaalde stoffen die droog moeten liggen. Dat begon eerst in de tuinbouw, maar de telers zelf zeiden: ik wil hier potgrond, ik wil graag een serredak op bepaalde silo’s om die droog te stockeren, eventueel een verwerkingshal om te verpotten en zo. Toen kwam daar een toeleverancier die zei: dat is interessant, jullie hebben dat zo gedaan. Ik heb ook het probleem dat mijn potgrond droog moet liggen, want ik kan die niet laden als die nat is. Wie heeft dat gedaan? Ah ja, Vermako heeft dat gedaan. En dan is die ook langsgekomen en is de bal aan het rollen gegaan. En is de uitbreiding er gekomen naar andere sectoren die niet met tuinbouw alleen te maken hebben.
[08:47] Nieuwe marktkansen door veranderende milieuregels
Björn Crul: Dat klinkt nu, als je het zo vertelt, als een heel logisch en simpel proces, maar dat is het natuurlijk niet. Het kost natuurlijk veel geld en aandacht om daarover na te denken. Wanneer hebben jullie gedacht dat dit wel echt de moeite waard is om daar verder op door te gaan? Het is financieel interessanter dan wat het ons kost.
Kim Maes: Het is gestart in 2014, 2015. En toen begonnen we te merken dat de milieuregels veranderden. Dat industriële bedrijven te maken hadden met restricties van stofbeheersing of het opvangen van regenwater dat anders gefilterd moest worden. En eigenlijk de oren en ogen opengezet en gehoord van: als ik bijvoorbeeld iemand die een open serre doet, het regenwater daarop laat vallen, moet ik een hele installatie doen om al dat regenwater te filteren. En dan hebben we op een sociaal evenement een beetje van: wat als je het opvangt, zoals in de tuinbouw, in een put en zo? Ja, dan denk ik dat ik dat niet zou moeten doen. Een keer aan tafel gezeten: wat heb je nodig? Hoeveel plaats, hoeveel vrije ruimte zou er moeten zijn om goed te kunnen werken? En dan had die persoon gezegd: ja, ik heb dit ook terugverdiend in een vijf- of zestal jaar. Die overkapping in plaats van al die installaties. En ja, dan hebben we gezegd: we gaan ervoor.
[10:06] De impact van de nieuwe bedrijfstak op groei en stabiliteit
Björn Crul: En als je daar nu over nadenkt, die keuze heeft echt wel geleid tot nieuwe financiële mogelijkheden en stabiliteit voor het bedrijf. Dat blijkt wel een groot succes, mogen we dat zo zeggen?
Kim Maes: Ja, want je hebt ook nog altijd de tak van de serres die stabiel was, wel soms wat seizoenswerk, maar je kon je bedrijf laten draaien doordat je in die industrietak ook productie kon draaien. Dus dan zeggen we dat we meer materiaal hebben, meer werk, ook meer omzet. Dus we kunnen weer gaan investeren in iets anders om klanten te bedienen en constructies te ontwerpen.
Björn Crul: En wat denk je dat er gebeurd zou zijn met het bedrijf als die stap nooit gezet was? Als jullie alleen maar een serrebouwer waren gebleven of alleen in die tak actief zouden zijn gebleven? Dat is natuurlijk een moeilijke vraag, maar gewoon om de impact van die beslissing even te kaderen.
Kim Maes: Ik heb er zelf eigenlijk niet echt bij stilgestaan. Als er iets passeert, springen we erop. Maar als dat niet zo geweest zou zijn, denk ik dat we waarschijnlijk een kleiner bedrijf zouden geweest zijn. Misschien voor jou zou ik dan een keer spreken, Karl, dat je jouw creativiteit en het ontwerpen niet kwijt zou kunnen. Want de serre heeft ook wel wat limieten. Met die covers kan je eigenlijk, binnen de sky is the limit, doen naar uitvoering.
[11:36] Ondernemerschap en de bereidheid om nieuwe kansen te grijpen
Björn Crul: Want dat is natuurlijk een zeer specifieke vraag voor jullie als bedrijf, maar er lijkt me wel een duidelijke les in te zitten voor andere ondernemers. Hoe zouden jullie die les omschrijven? Wat is eigenlijk de boodschap van jullie eigen groeiverhaal voor anderen?
Karl Maes: Ja, wees niet bang. Probeer. En dan, eens dat je de keuze gemaakt hebt, ga er ook voor en doe er alles aan om het rond te krijgen, om het goed te krijgen. En ja, meestal pakt dat wel goed uit. Ik weet ook nog dat dat eigenlijk origineel, heel origineel in de kinderschoenen stond, was omdat we net die serieproductie hadden van die serres, wat eigenlijk één product is, duizend, tienduizend keer. Was het eigenlijk de bedoeling om kleine bouwpakketjes te maken voor industriële loodsen? En dan groeit dat en gaat er iemand op de baan met dat idee, maar die markt zit vol, of er is daar weinig ruimte voor nieuwe spelers. En dan hebben we de installaties en het personeel om eens wat uitdagendere projecten te maken. En dan zeiden we: het is wel interessanter om op die projectmarkt te zitten en iets klantenspecifieks te maken, dan dat je echt een meerwaarde creëert voor je klanten ook.
[12:57] Waarom ondernemers soms aarzelen om te diversifiëren
Björn Crul: En als je zelf naar de omgeving kijkt, zijn er denk ik veel ondernemers die misschien niet echt de stap durven zetten, of die daar een beetje bang voor zijn om die diversificatie op te zoeken. Aan wat ligt dat, denk je? Of klopt die perceptie enerzijds?
Karl Maes: Ik denk wel dat iedereen graag bezig is met kennis en weet wat ze goed kunnen. Maar ja, zoals we zeiden, we moesten naar een andere opportuniteit zoeken, omdat de Chinezen daar waren, de Indiërs kwamen op de markt, die ook enorme wereldspelers zijn, om in Afrika bijvoorbeeld serres te gaan bouwen, die dat ook goedkoper kunnen.
Kim Maes: Ik zou daar nog iets aan aanvullen. Eigenlijk opgevoed in een dynamiek van: het is van ja of het is van nee. En als het van ja is, ga ervoor, spring, durf, doe. Want ik zie wel naar veel leeftijdsgenoten toe dat ze heel veel zoeken naar zekerheid. Dat ze niet echt durven, maar in het slechtste geval heb je heel veel bijgeleerd, en in het beste geval is het een succes.
Björn Crul: Ja, want jullie zijn relatief jong om het bedrijf te leiden, maar ook binnen die generatie merk je wel een soort terughoudendheid om dergelijke stappen te zetten. En dat is jammer, eigenlijk.
Kim Maes: Ja, eigenlijk wel.
[14:19] Een industriële overkapping voor All Belgian Recycling
Björn Crul: Oké, dat is een mooie boodschap. Misschien om even concreter te maken wat jullie doen als bedrijf, kunnen we even een aantal concrete cases belichten. Een eerste die we kunnen bekijken, is die van All Belgian Recycling. Dat is een onderdeel van de bouwonderneming De Meuter. Dat is gelegen in de Brusselse rand en zij recycleren bouwafval. En voor die klant hebben jullie een enorme industriële overkapping gerealiseerd. Vertel eens, wat staat daar vandaag juist en hoe is dat tot stand gekomen?
Karl Maes: Ja, bij De Meuter hebben we nu al tien keer gebouwd, denk ik. De originele vraag was om het regenwater uit hun bunkers van het zand te houden, zodat ze eenvoudig beton konden maken. Of dat ze wisten hoeveel vocht er in hun zand hing. De vraag was simpel: maak een dak over mijn zandbunker waarin we makkelijk kunnen scheppen met een bulldozer. Dat is goed gelukt. Perfect voor die mensen. En dan hadden we een voet in de deur. En vroegen ze: kunnen jullie geen grotere hallen bouwen waar we door kunnen kippen met vrachtwagens? Waar we zonnepanelen kunnen opleggen. En dan zijn we daarmee aan de slag gegaan. Samen met de klant dat ontworpen, ook voor het terrein. Want daar hebben we een slechte ondergrond, waardoor we heel speciaal de knooppunten moesten ontwerpen. Dat was ook geslaagd. En dan merkte hij dat het ook beter was om zijn verwerking te doen onder een overkapping. En had hij nog een hoekje op zijn terrein van twee hectare, waar hij ook overkappingen wou. En dat hebben we toch wel gebouwd in een paar fases. Ja, beetje bij beetje.
Björn Crul: En over hoe groot spreken we dan, als in oppervlakte? Hoe groot is de overkapping?
Karl Maes: 20.000 vierkante meter is, ja, twee hectare en tien meter vrije hoogte om vrij te kunnen onderkippen met een vrachtwagen.
Björn Crul: En als jullie dergelijke vraag binnenkrijgen, is dan de eerste reactie van: oeh, dat is een uitdaging? Of denk je meteen: dat lukt ons, let’s go, we doen het?
Karl Maes: Vooral dat tweede, omdat we ook mede uit de serres die grote volumes en oppervlaktes wel gewend zijn. Wisten we zeker dat dat ons ding ging zijn.
[16:34] Bouwen terwijl de activiteiten van de klant doorgaan
Björn Crul: En hoe loopt zo’n contact met een klant? Want natuurlijk, zo’n industrieel bedrijf wil natuurlijk niet dat zijn activiteit maanden stilligt. Dat gaat niet. Zeker bijvoorbeeld in dit geval ook niet. Dan moet elke dag blijvend bouwafval kunnen worden gerecycleerd en aangereden. Dus hoe pak je dat aan, dat de activiteit kan blijven doorgaan terwijl ook de werf plaatsvindt?
Karl Maes: Ja, liefst van al bouwen we het in één keer door en alles volgt mooi op elkaar en doen we zoveel mogelijk hetzelfde op dezelfde dag. Maar natuurlijk is dat in de realiteit niet zo. Heeft de klant soms een opportuniteit om een boot te lossen of twee boten te lossen, dan moet dat liggen waar we net die overkapping gaan bouwen. Goed afspreken. Zorg dan ook dat je deel van de werf afgezet is. We hebben al geleerd dat een rood-wit lintje niet hetzelfde afbakent als wat balken. Soms moet je zeggen: tot daar hebben we echt die ruimte nodig. Maar er moet goed afgesproken worden, en toch een beetje flexibiliteit nodig om de klant tevreden te stellen.
Björn Crul: En wordt er in de praktijk vaak tijdens de uitvoering zelf nog gewijzigd aan de plannen? Dat er ook van jullie uit wel flexibiliteit moet zijn ten opzichte van de vraag die er komt van de klant.
Karl Maes: Zoals ik zei, er zijn soms wat opportuniteiten van de klant die dat vragen. Dan moet je het net iets anders gaan aanpakken. En dat wordt ons altijd ook in dank afgenomen. Als wij goed zijn voor de klant, zijn zij ook goed voor ons. En dat is wel een belangrijk onderdeel van onze manier van zakendoen. Zorg ervoor dat de klant tevreden is en dat de samenwerking vlot verloopt.
[18:13] Onverwachte vragen en praktische uitdagingen op de werf
Björn Crul: Wat is zo’n vreemde vraag, of de meest vreemde vraag die jullie al gekregen hebben van een klant tijdens zo’n project?
Kim Maes: We waren de planning aan het bespreken wanneer wij konden monteren. En het ging over de droogtijd van beton. Dan zeggen we: ja, we rekenen daar 21 dagen voor. Vroeg die klant: zijn dat dan werkdagen of kalenderdagen? Dan kijk je zo naar elkaar.
Björn Crul: Dus het toont dat wat jullie doen ver staat van hun realiteit, vaak. En net daarom de meerwaarde van die expertise. De belangrijkste eigenschap van zo’n overkapping is de ruimte die er is tussen twee kolommen, zonder dat er draagstructuur is. Als we dat nog even concreet proberen te maken, over hoeveel afstand tussen kolommen spreken we meestal? Of bij de meest indrukwekkende constructies?
[19:00] Een overspanning van 65 meter zonder steunpilaren
Karl Maes: Dat was 65 meter van paal naar paal, op een vrije hoogte van twaalf meter. Dus bij een havenbedrijf in Gent, die heel vaak boten lost en vooral bulkmateriaal verwerkt en terug op de weg zet.
Björn Crul: En zijn zij dan verrast als jullie dan komen vertellen dat we dat kunnen realiseren voor die afstand? Want voor een leek klinkt dat natuurlijk indrukwekkend, zo’n 65 meter zonder steunpilaren. Is dat voor die mensen die daarin actief zijn ook zo?
Karl Maes: Ja, toch wel. Dat is ook beetje bij beetje gegroeid. We zijn begonnen aan 35, 40. Dan komt de vraag: kun je 50, 60? Ja, inderdaad. Ik weet wel dat we vroeger de limiet hadden van 60 meter, omdat we dan net al het materiaal zelf in huis konden maken. Want voor die 65 meter heb je natuurlijk net iets zwaardere buizen of platen nodig. En die heb ik dan wel moeten extern laten maken. Maar die man was er heel tevreden mee. Dat was eigenlijk de oplossing. Hij had een bestaande loods, zo’n bestaande doorgang, ook eenrichtingsverkeer op zijn site. En moesten we daar een paal zetten, dan was alles eigenlijk verstoord, was alles vernauwd. Was het ook veel minder productief voor hem om daar op te slaan of daar te lossen. Dus ja, met die oplossing hebben we echt wel die klant enorm geholpen.
Björn Crul: Overkappingen is niet om uit te pakken: kijk eens wat wij technisch kunnen. Dat is echt wel zeer concreet een enorme meerwaarde om zo’n afstand te hebben voor je klant zonder dat er palen in de weg staan.
Kim Maes: En die klant is ook gerust. Er zijn minder palen om tegen te rijden.
Björn Crul: Ja, dus dat heeft heel veel concrete meerwaarden voor die mensen.
[20:37] Omgaan met tegenslagen en onverwachte situaties
Björn Crul: Nu, dat zijn natuurlijk succesverhalen, maar ik kan me inbeelden dat er al eens iets miszit in de bouw. En als jullie iets realiseren, wat is zo’n voorbeeld van een verhaal waarin het is fout gelopen?
Kim Maes: Dat is dan eerder iets op exportvlak: dat we containers verscheept hadden en alles was goed. We waren op tijd, maar het schip meert aan in Hamburg en daar valt een kraan op containers, bepaalde containers. De ladingen vallen eraf, dus force majeure. Waar is die container? Ligt die in de zee? Dat was een beetje chaos. En dan moet je schakelen, dan moet je zeggen: oké, we gaan het toch opnieuw maken. Dat was wel even in het haar krabben.
Björn Crul: Nemen jullie daar dan lessen uit? Of kunnen jullie daar iets uithalen als bedrijf, dergelijke situaties? Heb je bijvoorbeeld iets veranderd aan jullie werking?
Kim Maes: Goh, dat was nu wel een situatie buiten ons om. Wij hebben toen geschakeld en een project dat eigenlijk in productie was een beetje herschikt en gezegd: oké, dit materiaal gaan we doorschuiven om die klanten in de nood te helpen. Eigenlijk hebben we dan wel ook beslist om misschien een computerprogramma aan te passen, dat het iets meer flexibel was om daarin te switchen.
Björn Crul: Dus het kan soms waardevol zijn om een project te leiden waar er al eens iets misgaat.
Kim Maes: Ja, klopt.
Björn Crul: Ook een beetje in de mindset die we net hebben uitgelegd: van proberen te doen en zo leer je veel. Dat past ook een beetje hierin.
[22:01] Verticale integratie – Ontwerpen, produceren en monteren in eigen beheer
Björn Crul: Nu, als we even terug weg van de werf gaan en meer naar de bestuurstafel bij jullie als bedrijf zelf. En dan denk ik dat het belangrijkste punt van wat Vermako maakt tot Vermako, is dat jullie in feite alles zelf doen. Dat wil zeggen: ontwerpen, produceren en monteren, dat komt allemaal bij jullie. Dat betekent in managementtaal dat jullie aan verticale integratie doen. Wat betekent dat? Of waarom hebben jullie die stap gezet? Waarom is dat zo dat jullie alles zelf in eigen handen willen hebben?
Kim Maes: Dat is eigenlijk gestart met een gezonde interesse, een beetje passie, van mijn vader, die echt geïnteresseerd was in de techniek. En hij merkte ook dat hij mensen rondom zich had die dat ook begrepen. En die kregen het warm van een nieuwe machine en van het zelf te kunnen om daar resultaat te zien. En ook Karl en ik zijn daarin opgegroeid. Karl heeft een hele technische achtergrond en vindt dat superinteressant. Dus ja, daarvan komt het eigenlijk.
Björn Crul: Je kunt zeggen: dat klinkt logisch, maar dat is absoluut niet zo bij jullie in het type industrie dat jullie zijn.
Kim Maes: Nee, inderdaad. Als ik kijk naar een serrebedrijf in Nederland bijvoorbeeld, zijn dat meestal bedrijven met vijf personen. Dat is iemand die de verkoop doet, iemand die de aankoop doet en al de rest wordt uitbesteed. Wij hebben wel de naam in de sector van: oké, bij Vermako kunnen ze alles zelf doen. Ze hebben het in de hand, de klant hoeft zich daar niet mee bezig te houden om iemand te zoeken om het te gaan monteren of te installeren. Dus dat is wel uniek.
[23:41] De financiële afwegingen en voordelen van eigen productie
Björn Crul: En wat betekent dat financieel voor jullie als bedrijf? Want ik kan me inbeelden, ja, ergens stel je jezelf ook kwetsbaarder op, want je doet meer, letterlijk.
Kim Maes: Ja, dat klopt wel, dat dat uitdagend is.
Karl Maes: We winnen daar ook soms projecten door, door onze flexibiliteit, onze snelle manier van aanpak. We hebben er al veel projecten door gewonnen ook. En inderdaad, dat heeft wel een prijskaartje.
Björn Crul: Maar dat prijskaartje levert op, omdat jullie daardoor ook flexibeler kunnen zijn en meer controle hebben over de hele lijn.
Karl Maes: En ook andere dingen doen dan iemand anders. Als wij iets speciaals willen doen in een hoek van de serre, net ook daar geen paal nodig hebben voor een interne circulatie, dan kunnen wij dat aanpassen, waardoor we toch zien en merken dat collega’s dat een beetje minder vlot kunnen dan wij.
[24:34] Minder afhankelijkheid van externe leveranciers
Kim Maes: En ook als we zien hoe de wereld draait de laatste drie, vier jaar, merken we dat we daar wel ook een voordeel in hebben. We zijn niet afhankelijk van een embargo of van een kanaal dat sluit.
Björn Crul: Ja, omdat de tijdgeest plots geworden is dat dat heel erg geworden is. Je moet zelf controle zoeken en we moeten terug soeverein proberen als Europa na te denken en te zijn. Maar jullie waren daar eigenlijk al langer van overtuigd en mee bezig.
Kim Maes: Ja, dat is iets dat bij ons leeft. De kennis zit bij ons. Wij weten wat we doen. We willen dat vasthouden. En nu blijkt dat dat toch, ja, een goede keuze is.
Karl Maes: Ook als er mensen op bezoek komen en ze zien wat er eigenlijk allemaal achter een serrebouwer schuilt. Als zij onze loodsen zien, onze productiehal, dan kijken ze allemaal hun ogen uit en dan zijn ze eigenlijk wel trots om samen met ons te werken. Dat ze zeggen: oh, dat is hier de Belgische maakindustrie die we steunen. En dat is indrukwekkend om te zien.
[25:34] De ontwikkeling van de eigen productiecapaciteit
Björn Crul: Want jullie doen dat al jaren eigenlijk, die manier van werken. Wanneer is dat zoiets begonnen?
Karl Maes: Ja, denk ik, even terug naar de geschiedenis, want dat was vroeger nog in de koeienstal op de boerderij.
Björn Crul: Ja, dus echt van het begin van het bedrijf eigenlijk al, zat die mindset erin.
Karl Maes: Ja, dan heeft mijn pa de eerste buizen in de koeienstal langs de ene kant naar buiten gedaan, buis draaien, de andere kant boren. Maar dan had hij een loods gebouwd en dan toch ietsje productiever zich beginnen installeren. Eén machine, twee machines, drie machines. Altijd maar om meer zelf te kunnen en onze beloftes waar te kunnen maken, vooral.
[26:18] Flexibiliteit als concurrentieel voordeel
Björn Crul: En als jullie dat verhaal vertellen, van wij doen alles zelf, aan anderen, merk je dat dat inspirerend werkt? Of krijgen die daar net een beetje angst van? Dat zou ik nu zeker niet doen.
Kim Maes: Het hangt een beetje af met wie je zit.
Björn Crul: Dat is altijd zo, natuurlijk.
Kim Maes: Ik probeer vooral de voordelen ervan aan te merken. Als je op een werf zit en bijvoorbeeld het heel hard regent en er is heel veel modder, dan kunnen we snel schakelen en zeggen: oké, ze moeten daar een machine bij hebben. In het slechtste geval brengt Karl of ik ze zelf. Maar als iemand anders dat doet, ze moeten dan eerst bellen naar de verhuurfirma. Is ze beschikbaar?
Björn Crul: Ja, dus het concurrentieel voordeel of het voordeel dat jullie daardoor hebben, blijkt eigenlijk elke dag. En het zijn die voordelen die je net moet proberen te belichten als je mensen daarvan wil overtuigen.
Kim Maes: Klopt.
Björn Crul: Maar is het haalbaar dat iedereen op die manier zou werken binnen jullie sector?
Kim Maes: Weet ik ook niet. Ik kan daar eigenlijk niet echt over spreken. Het is ook te zien of die andere bedrijven de juiste mensen rond zich hebben om dat te kunnen doen.
[27:23] Kennis, ervaring en betrokkenheid van medewerkers
Björn Crul: Dat is iets waar jullie heel erg op inzetten, denk ik.
Karl Maes: Ja, wij hebben die ervaring. Er zijn mensen die vijftien, twintig jaar bij ons zijn, die bijna elk stukje uit de serre gemaakt hebben, of overkapping gemaakt hebben. Die knowhow zit ook wel echt bij ons en dat is wel iets om trots op te zijn.
Kim Maes: We willen ook de mensen erin betrekken als we bijvoorbeeld een nieuwe machine, een nieuwe investering doen. We willen echt wel dat er meerdere mensen die machine kennen en je ziet dat zij daaraan openbloeien. Dat ze zeggen: wauw, ik mag dat nu bijleren, ik ga daarmee kunnen werken. Die zijn er trots op.
Karl Maes: Ja, filmpjes maken, doorsturen naar hun moeder of vader.
Björn Crul: Dus het is echt wel een troef, ook intern, om de cohesie binnen het bedrijf te versterken.
Karl Maes: Ja, het creëert betrokkenheid.
[28:10] De voorbereiding van de familiale bedrijfsoverdracht
Björn Crul: Oké, ik denk dat het feit dat we deze managementkeuzes kunnen bespreken met jullie op zich al iets wil zeggen. Want zoals ik al zei, jullie staan sinds eind 2024 zelf aan het roer van het bedrijf. Dus daar moeten we het natuurlijk ook even over hebben. Hoe is dat gelopen? Wanneer is de eerste stap gezet om te komen tot de overdracht? En hoe hebben jullie dat beleefd?
Karl Maes: Ik wist dat eigenlijk al lang, als klein kindje, dat ik dat wou doen. Maar ja, natuurlijk, we zijn met vier thuis. De eerste stappen zijn gezet nog toen ik in het hoger zat. Dus ik denk nu tien jaar geleden.
Kim Maes: In 2017 hebben we een traject gevolgd met vier kinderen: de twee zussen, de twee broers en de ouders. En daar werd gezegd: kijk mensen, een overdracht duurt gemiddeld zeven jaar. En toen dacht ik: dat is ver. En dan uiteindelijk is de effectieve overdracht inderdaad zeven jaar later, in 2024, gebeurd. Het is een proces dat moet rijpen. Want ik zelf was er niet zo van overtuigd dat ik dit ging doen als ik jonger was.
[29:22] De keuze om mee in het familiebedrijf te stappen
Björn Crul: En wanneer is die shift dan gekomen? Dat je toch bent beginnen te denken: misschien wel.
Kim Maes: Als ik afgestudeerd was, ben ik eerst ergens anders gaan werken. Bleek daar ook iets te zijn. En dan hoor je van: ja, we zoeken iemand in Vermako met uw diploma en die kan dit en dat doen. Dan is het stom dat ik iemand anders zoek, want ja, ik kan dat waarschijnlijk ook. En dan rol je daarin en dan realiseer je dingen en ben je trots, werk je mee.
Björn Crul: En nu staan jullie vandaag met twee, jullie staan met twee aan het roer. En de andere twee, de andere broer en zus, wat is hun rol of hoe kijken zij hiernaar?
Karl Maes: Zij zijn blij dat wij dat verder doen. Ze hebben ook elk hun eigen zaak die ook bloeit en waar ze ook heel veel energie uithalen. Ik denk dat we allemaal ons gat gevonden hebben.
[30:10] De rolverdeling tussen broer en zus
Björn Crul: Oké, en onderling tussen jullie twee, hoe is de rolverdeling? Want natuurlijk is het niet zo makkelijk om als broer en zus samen te werken. Hoe proberen jullie dat aan te pakken?
Kim Maes: Mijn rol is eigenlijk dat ik zorg dat de mensen Vermako kennen, samen met marketing. En dat we samen met de mensen van de sales de klant of potentiële klant overtuigen om voor ons te kiezen. En dan het technische deel?
Karl Maes: Ja, is mijn tak. Van het eerste plan tot de oplevering. Ook de nazorg, dat behandel ik eigenlijk. Vooral het technische deel, eigenlijk. Ja.
[30:46] De balans tussen familie en bedrijf
Björn Crul: En lukt het jullie om naast bedrijfsleiders ook nog familie te zijn? Kunnen jullie soms over iets anders praten dan het bedrijf, bijvoorbeeld?
Karl Maes: Ja, mooi.
Björn Crul: Oké, dat lijkt niet moeilijk. Dat lijkt me alleen maar goed, want dat lijkt me toch een uitdaging voor velen.
Karl Maes: Ja, inderdaad. We hebben dat vooral ook altijd zo gezien. Het bedrijf kwam altijd mee aan de keukentafel. En op familiefeesten met familie of kennissen ging dat altijd over het bedrijf. En we merken toch wel dat dat…
Kim Maes: Dan wil je dat anders proberen aan te pakken. Het grote voordeel is dat we onze partners er niet in zetten.
Karl Maes: Dat is een voordeel. Kim Maes: En dan kan je iets vertellen. Mijn dag is zo geweest, of ik heb daar een beetje pech gehad. Of als je geen zin hebt om erover te praten, dan zeg je: nu niet. Het hoeft niet. En als het familiefeest is ook, dan doen we wel bewust ons weekend goed aan. Als broer en zus en niet als collega’s.
[31:42] Het moment waarop de overdracht officieel werd
Björn Crul: Dus het lukt nog om van rol te wisselen. En die overdracht, dat is een proces van jaren en dat is dan afgerond in 2024. Dan komt het moment dat je formeel de verantwoordelijkheid draagt. Hoe was dat moment? Wanneer was het voor het eerst dat je besefte dat het nu aan ons is?
Kim Maes: Dat was wel speciaal. Je gaat dan naar de boekhouder, daar wordt een bundel contracten op een tafel gelegd. Dan zit je aan de ene kant, je ouders tegenover ons, en dan moet je tekenen. Zit daar iemand naast van de bank die zo zegt: oké, ik ga even telefoneren om de fondsen te verplaatsen. En dan zeg je: het mag overgeschreven worden. En dan denk je: oké, het is vooruit.
[32:25] Een nieuwe generatie aan het roer
Björn Crul: En sindsdien, zijn er dingen die jullie heel anders doen dan jullie vader als bedrijfsleider? Of zijn er dingen die vooral verdergaan zoals het al was?
Karl Maes: We doen heel veel hetzelfde, maar natuurlijk is er toch wel een iets andere visie met iemand die begint te ondernemen in het jaar 1989 met zijn eigen zaak, of iemand die begint in 2024. Ja, met een heel team achter zich. Ja, en dat is ook een heel groot verschil. Pa is gestaag gegroeid met één man, twee man, tot aan wat we nu zien. En wij beginnen al met die 45 mensen in dienst.
Björn Crul: Ja, je hebt natuurlijk een verantwoordelijkheid over al die mensen.
Karl Maes: Ja, dat is wel belangrijk. Alleen, we werken al een tijdje mee in het bedrijf en we kennen ook iedereen. En er zijn zelfs mensen die mij weten geboren worden die nog werken bij ons. Björn Crul: Die er nog steeds zijn, oké.
Karl Maes: Alleen, ik heb er wel een goede band mee. Ja, we voelen ons daar inderdaad wel verantwoordelijk voor.
Kim Maes: Ik ga nu voor mij spreken, want wat ik bewust wel anders wil doen, is dat ik ook gewoon kan zijn zonder Vermako. Dat ik ook een avond inplan om bijvoorbeeld een hobby te hebben.
Björn Crul: Iets wat uw vader misschien niet meteen zou gedaan hebben.
Kim Maes: Zijn hobby is Vermako.
[33:36] De blijvende betrokkenheid van de oprichter
Björn Crul: En heeft hij zelf nog een rol in het bedrijf of loopt hij er nog rond?
Kim Maes: Ja, hij loopt er nog met enthousiasme rond om ons met raad en daad bij te staan. Dat helpt wel. Daar zijn we blij om.
Björn Crul: Dus niet dat dat in de weg loopt of dat jullie dat op die manier aanvoelen.
Kim Maes: Nee.
Karl Maes: Dat is onze kennisbank. We hebben er eigenlijk een titel op geplakt: kennisbank, behartiger. Hoe omschreven we dat? Bezieler. Dat was mooi om te schrijven. Daar was hij door gecharmeerd.
[34:07] De toekomstplannen van Vermako
Björn Crul: En jullie staan een beetje nog maar aan het begin van jullie verhaal als bedrijfsleider. Dus als we ter afsluiting nog even vooruit willen kijken, wat hopen jullie nog te bereiken? Waar wil Vermako staan over een jaar of tien, bijvoorbeeld?
Karl Maes: Voor mij vooral dezelfde krachtige naam zien in de sector. Doen wat we zeggen, zeggen wat we doen. En dat we vooral over tien jaar trots kunnen zijn op het pad dat we afgelegd hebben. En dat moet toch wel een beetje gegroeid zijn in onze activiteiten en ook persoonlijk.
Kim Maes: Misschien mogen we hier nog een keer terugkomen vertellen over de realisaties met de luisteraars van de podcast binnen tien jaar.
[34:43] Afsluiting – Ondernemen door kansen te grijpen
Björn Crul: Dat zou een mooie doelstelling zijn. Ik hoop dat we… Het is een mooie gedachte om op af te ronden, want wij moeten helaas stoppen. Het was in ieder geval een zeer inspirerend verhaal en ik hoop dat andere ondernemers er iets aan hebben. Het is een verhaal dat begon bij een ondernemer die geen oplossing vond voor zijn eigen probleem en het daarom maar zelf bouwde. Maar vooral een verhaal van een bedrijf dat durft verder te kijken en durft te kijken over de muurtjes van wat ze aan het doen zijn en opportuniteiten ziet. Heel erg bedankt, Karl en Kim Maes van Vermako en bedankt om te luisteren.





