Voor veel ondernemers komt er na hun vijftigste een moment waarop de vraag zich opdringt: wat doe ik straks met mijn bedrijf? Verkopen lijkt aantrekkelijk wanneer investeerders met mooie bedragen aankloppen, maar dat is niet altijd het beste scenario. Volgens zakenadvocaat Mark Delboo start zo’n denkoefening best niet met de waardering van de onderneming, maar met een veel persoonlijkere vraag: wat wil je zelf nog doen?
Dat je als ondernemer tijdig moet nadenken over de toekomst, staat buiten kijf. Maar enkel afgaan op leeftijd of op wat generatiegenoten doen, is geen goede optie, stelt zakenadvocaat Mark Delboo: “Mijn ervaring leert me dat een ondernemer zijn bedrijf best voortzet zolang hij nog gedreven is en zin heeft om het te doen. Wanneer je idealiter stopt, is afhankelijk van je persoonlijke situatie, de mogelijke familiale opvolging en de plannen die je hebt voor een ander leven na de onderneming.”
Net omdat elke situatie anders is, ziet de topman van DELBOO Advocaten uiteenlopende scenario’s, die bepalen wanneer precies het momentum voor dat nieuwe leven aanbreekt.
Wie kinderen heeft die geïnteresseerd en bekwaam zijn om het bedrijf voort te zetten, beschikt volgens Delboo over een belangrijke troef: “In dat geval begint de voorbereiding het best jaren vóór de effectieve overdracht. Als ondernemer is het jouw taak om je kinderen mee te krijgen en op te leiden. Daar kan je dan in je laatste tien jaar als bedrijfsleider op focussen.”
De ouder evolueert dan van bedrijfsleider naar coach, terwijl de volgende generatie steeds meer verantwoordelijkheid krijgt. Dat is niet altijd een makkelijke oefening. “Eén van de grootste struikelblokken is de vraag of je erin slaagt om de zaak effectief los te laten. Daarom pleit ik voor een organisch proces: wanneer ouders gaandeweg merken dat hun kinderen het bedrijf aankunnen, groeit het vertrouwen en wordt ook het uiteindelijke afscheid een stuk gemakkelijker.”
Geen familiale opvolging betekent niet automatisch dat een bedrijf verkocht moet worden. Een ondernemer die nog energie en ambitie heeft, kan volgens Mark Delboo perfect langer actief blijven: “Doe je het graag? Blijf dan gerust ondernemen. Daar staat geen leeftijd op. Ik ontmoet wekelijks vitale ondernemers, die 70 jaar of ouder zijn.”
Dat staat enigszins haaks op het idee dat ondernemers rond 55 of 60 jaar hun bedrijf te gelde moeten maken. De zakenadvocaat ziet echter geregeld ondernemers die volgens hem te vroeg verkopen, bijvoorbeeld omdat fiscale argumenten of een aantrekkelijk bod hen over de streep trekken. “En soms hebben ze daar achteraf spijt van. Terwijl het perfect mogelijk is om je activiteiten anders te organiseren, door meer verantwoordelijkheden over te dragen aan een managementteam. Of je kan je activiteiten afbouwen tot een afgeslankt bedrijf dat makkelijker beheersbaar is op langere termijn.”

Soms komt een ondernemer tot de conclusie dat verkopen de beste optie is. In zulke gevallen waarschuwt Delboo om niet enkel naar de geboden prijs te kijken: “Laat je niet verblinden door het geld. Zeker bij een verkoop aan private equity stopt de betrokkenheid van de ondernemer niet noodzakelijk op de dag waarop de overeenkomst wordt ondertekend. Vaak wordt verwacht dat de verkoper nog enkele jaren actief blijft.”
Dat creëert een heel andere verhouding met het bedrijf. “Je moet plots werken in opdracht van de nieuwe eigenaar en meehelpen om de verkoopprijs voor die investeerder te rendabiliseren. Die druk wordt vaak onderschat.”
In zijn praktijk merkt Mark Delboo dat verkopers vandaag vaker naar family offices kijken. Die hanteren doorgaans een langere investeringshorizon en passen daardoor beter bij ondernemers die belang hechten aan continuïteit. “Family offices betalen niet noodzakelijk de hoogste prijs, maar je vindt makkelijker een culturele match, of scenario’s waarbij je gezamenlijk investeert in een nieuwe toekomst voor het bedrijf.”
Een succesvolle exit creëert financiële vrijheid. Maar ze maakt ook de vraag actueel hoe je je leven na het bedrijf gaat invullen. Delboo ziet geregeld ondernemers die een nieuw bedrijf starten. “Ze hebben nood aan een project, aan ondernemen als doel in het leven. Maar de grootste fout die ondernemers maken, is denken dat ze na een succesvol eerste bedrijf automatisch een tweede succes zullen bouwen in een andere sector. Dat is niet vanzelfsprekend. Om het in sporttermen te zeggen: een goede wielrenner is niet per se een goede marathonloper.”
Bovendien kan een ondernemer niet zomaar opnieuw beginnen in exact dezelfde activiteit wanneer bij de verkoop een concurrentiebeding werd afgesproken. “Er zijn maar weinig mensen die erin slagen om twee keer van nul een groot succes uit te bouwen.”
Uiteindelijk kan ook een heel persoonlijke afweging tot verkoop leiden: Wat is er naast het bedrijf? Wat wil ik zelf nog in mijn leven? Voor sommigen leidt dat tussen 60 en 65 jaar tot een verkoop. Voor anderen net niet. “Mensen blijven langer gezond en professioneel actief, waardoor ook klassieke leeftijdsgrenzen opschuiven. Als je vandaag 62 bent, ben je nog jong en heb je nog tijd om te beslissen”, aldus Delboo.
Precies daarom waarschuwt hij voor overhaaste stappen, rond verkopen of schenken. “Beslis eerst hoe je je toekomst wil invullen, laat pas daarna een waardering opmaken. Als je begint na te denken over wat het bedrijf waard is, is de geest vaak uit de fles. Geld verblindt.”
Dat maakt een exit uiteindelijk evenzeer een psychologische als een financiële of juridische beslissing. “Wie over een verkoop nadenkt, doet er daarom goed aan eerst helder te krijgen welk leven hij na de transactie wil leiden. Pas daarna komt de vraag wie het bedrijf overneemt en tegen welke prijs”, besluit Mark Delboo.
Neem dan rechtstreeks contact op met DELBOO Advocaten.
Contact opnemen