“Wie vandaag begint te experimenteren, bouwt een leercurve op”
De mode-industrie staat wereldwijd onder druk om haar lineaire productiemodel te herdenken. Jaarlijks belandt een enorme hoeveelheid textiel op stortplaatsen of in verbrandingsovens, terwijl grondstoffen steeds schaarser worden en internationale aanvoerketens onder druk staan. Ook in Vlaanderen groeit het besef dat de sector fundamenteel anders georganiseerd moet worden, onder meer onder impuls van Europese regelgeving.
In ons land zijn textielbedrijven (exclusief confectie) goed voor een omzet van zo’n 5 miljard euro en stellen ze ruim 16.000 mensen te werk, vaak in niches met hoge toegevoegde waarde. Die economische relevantie maakt de transitie des te urgenter: de vraag is niet alleen hoe de sector duurzamer wordt, maar ook hoe ze competitief kan blijven. “Op het vlak van inzameling en sortering behoren we tot de koplopers in Europa”, zegt Karla Basselier, CEO van Fedustria, de federatie van de textiel-, hout- en meubelindustrie. “Textiel wordt hier al jaren apart ingezameld via de bekende containers. Ook de sorteersystemen zijn de voorbije jaren sterk verbeterd, onder meer dankzij technologische innovaties zoals AI.”
Die evolutie heeft de voorbije jaren al geleid tot nieuwe businessmodellen, zoals verhuur, tweedehandsplatformen en hersteldiensten. Maar tegelijk wordt duidelijk dat de echte uitdaging elders ligt. “Slechts een zeer beperkt deel van het textiel wordt effectief opnieuw verwerkt tot nieuw textiel”, aldus Basselier. “De zogenaamde closed-loop recyclage waarbij kleding opnieuw grondstof wordt voor nieuwe kleding, blijft voorlopig steken op ongeveer 1 procent.”

De overstap naar een circulair model raakt aan de volledige keten: van ontwerp en productie tot hergebruik en recyclage. Daarom werkt de sector aan structurele oplossingen in het kader van de Europese verplichting over het inzamelen en verwerken van gebruikt textiel. Tegen uiterlijk 14 juni 2028 moet dat systeem volledig operationeel zijn.
Ook Flanders District of Creativity ondersteunt bedrijven in die transitie, bijvoorbeeld met het project Close The Loop. “We mogen het belang van kwalitatieve kledij en levensduurverlenging niet onderschatten, dat is vandaag de eenvoudigste manier om impact te maken”, zegt lead innovatie Simon Gryspeert. “Kleding langer gebruiken of herstellen verlaagt de ecologische impact aanzienlijk, én versterkt het vertrouwen in een modemerk. Dat kan zich rechtstreeks (bijvoorbeeld via betaalde hersteldiensten) of onrechtstreeks (via hogere loyauteit) terugbetalen.”

Toch draait de discussie evenzeer rond nieuwe economische modellen, aanvoerketens van grondstoffen en een toekomstperspectief voor textielbedrijven in Europa. Bedrijven botsen vaak op complexiteit, omdat circulariteit andere processen vraagt, andere partners en betere data over producten en materialen. Ook op sectorniveau wordt die uitdaging erkend. Karla Basselier: “De technologie om textiel echt circulair te verwerken bestaat, maar is nog onvoldoende schaalbaar. Zonder een rendabele businesscase blijven grote investeringen uit, en daar speelt Europa een belangrijke rol in. De sector rekent erop dat de EU de markt voor circulaire producten zal boosten via de toekomstige Circular Economy Act.”
Volgens Sara Kovic, oprichtster van het circulaire platform Okret, ligt de uitdaging vooral in de praktische uitvoering en komt het erop aan om nu al actie te ondernemen. Okret begeleidt bedrijven bij die transitie met strategisch advies en biedt operationele ondersteuning bij het opzetten van pilootprojecten, onder meer met een digitaal platform dat data uit circulaire initiatieven samenbrengt. “Wie vandaag begint te experimenteren, bouwt een leercurve op. Wie wacht tot regelgeving verandering verplicht, zal die omschakeling onder tijdsdruk moeten doorvoeren.”
Schoenenketen Torfs zette al een pilootproject op met de hulp van Okret. Daarin werd onderzocht hoe consumenten reageren op take-backsystemen en welke logistieke uitdagingen ermee gepaard gaan. “Zulke pilots tonen vaak hoe complex circulaire ketens in de praktijk zijn, maar leveren tegelijk waardevolle inzichten op over consumentengedrag, logistiek en samenwerking tussen partners”, aldus Kovic.

Uit verschillende tests blijkt intussen dat consumenten wel degelijk interesse tonen in circulaire initiatieven. Tegelijk is het gedrag verre van homogeen: er is een groep early adopters, een groep twijfelaars en een prijsgevoelige meerderheid. Sara Kovic: “Zolang textiel vooral als wegwerpproduct wordt gezien, blijft circulariteit moeilijk te doorbreken. De omslag naar waardecreatie over meerdere levenscycli is essentieel.”
De komende jaren zal blijken of circulaire mode een niche blijft of uitgroeit tot een nieuw industrieel model. Volgens Karla Basselier ligt het kantelpunt in zicht, maar vraagt de transitie nog tijd. “Met de Europese verplichtingen rond producentenverantwoordelijkheid komt er tegen 2028 een belangrijke versnelling. Maar om echt impact te hebben, moeten we richting 2030 kijken om circulariteit op schaal te realiseren.”