Kmo-land Vlaanderen is in volle transitie: in vele familiale ondernemingen dient zich in de komende jaren een wissel aan de top aan. Op zo’n moment moeten bedrijfsleiders belangrijke keuzes maken. Wordt het bedrijf doorgegeven aan de volgende generatie of verkocht aan een derde partij? En hoe regel je zo’n transitie het best? “De opvolging doordacht aanpakken, doe je het liefst op basis van onafhankelijk advies”, weet Mark Delboo van het gespecialiseerde advocatenkantoor DELBOO.
Een hele generatie ondernemers die vandaag aan het hoofd staat van een familiale onderneming, kan met pensioen. Mark Delboo: “Duizenden kmo’s staan dus voor de keuze: ofwel worden ze aan de volgende generatie doorgegeven ofwel worden ze verkocht. Geregeld is dat een moeilijke keuze. Want we merken al enige tijd dat private-equityspelers erg actief zijn in die markt en soms veel geld over hebben voor een overname. Het is dan zeer verleidelijk om je bedrijf te verkopen, maar dat is in vele gevallen niet de beste keuze.”
Zakenadvocaat Delboo is een autoriteit in de overdracht van familiebedrijven. “Ik vind dat er vaak te vlug verkocht wordt. Ik ben een pleitbezorger voor familiale verankering, in de mate van het mogelijke. Als je het bedrijf aan een bekwame volgende generatie kan doorgeven, kan het in een latere fase nog altijd worden verkocht. Dat is niet uitgesloten, maar de familie kan er net zo goed nog verder aan werken en van leven.”
Ondernemers tussen 55 en 65 worden met dat dilemma geconfronteerd en zitten dan meestal met veel vragen. “De opvolging in het familiebedrijf is een existentieel moment voor de huidige bedrijfsleiders. Aan wie laat je de zaak over? Wanneer is het juiste moment gekomen? Hoe regel je die overdracht het beste? Wat is het bedrijf waard? En wat komt er na de overdracht, welke rol heb je vervolgens nog? … Er breekt een periode van onzekerheden aan en het komt erop aan om het bedrijf in rustige wateren te houden en conflicten te vermijden.”

Mark Delboo adviseert om tijdig goede afspraken te maken. “Wacht niet tot het laatste moment en voer ‘in tempore non suspecto’ de discussie over de familiale opvolging. Vooral in bedrijven waar er een overdracht naar een derde of latere generatie met neven, nichten of verdere verwanten aankomt, is dat essentieel. Op zo’n moment kunnen er immers grote leeftijdsverschillen zijn, die moeilijk te overbruggen zijn. In zulke gevallen is het erg nuttig om afspraken vast te leggen in een familiaal charter, een aandeelhoudersovereenkomst of via een familiale stichting. Als je die afspraken vroeg genoeg vastlegt, zorgt dat voor meer gelijkheid in de behandeling van de familieleden.”
Zo’n charter of overeenkomst vormt een soort van grondwet voor de toekomst van het bedrijf. “Je kunt in alle rust gesprekken voeren over de missie en de waarden van het familiebedrijf, de regels voor de familiale opvolging (zowel operationeel als bestuurlijk) en het basiskader voor overdracht of verkoop. Zulke afspraken helpen om de vrede te bewaren. Met Colruyt of Durabrik, bijvoorbeeld, beschikken we in eigen land over enkele familiebedrijven die als rolmodel ter zake gelden.”
Vergeet ook niet dat de waardering een cruciale factor zal zijn in het hele verhaal. “Nog te vaak spreek ik met familiale ondernemers die het bedrijf wel aan hun familie willen overlaten, maar tegelijk de hoogst mogelijke overnameprijs in gedachten hebben. Wie daarvan uitgaat, legt een hypotheek op de toekomst van het bedrijf. Verkopen aan de familie zal nooit het meest rendabele scenario zijn, net omdat je daar ook andere factoren in de weegschaal legt, zoals de volgende generatie een duw in de rug geven”, aldus Delboo.
Omwille van het familiale en dus de facto emotionele karakter van zulke discussies, is een externe, objectiverende blik op de zaak een goed idee. “Externe bestuurders in een raad van bestuur of raad van advies kunnen de rust en neutraliteit helpen te bewaren. Ze zorgen ervoor dat de discussies focussen op rationele en niet op emotionele aspecten. Er komen immers discussies over de behandeling van actieve en niet-actieve aandeelhouders, de vergoedingen en het dividendbeleid. Wie in het bedrijf werkt, moet marktconform worden vergoed. Ik pleit ervoor om ook de familiale bestuurders te vergoeden voor hun rol.”
De overdracht van een familiebedrijf is een proces dat enige tijd vergt. “Er gaat minstens een jaar over om alles te regelen, maar het kan soms ook veel langer duren”, weet Mark Delboo. “Heel wat partijen kunnen de bedrijfsleider daarbij adviseren: een accountant, bankier of consultant. Maar ik merk dat daarbij soms erg complexe structuren worden opgezet of dat het fiscale aspect te zeer doorweegt. Als gespecialiseerd advocatenkantoor hebben wij de kennis en ervaring in huis om zulke dossiers in alle onafhankelijkheid te begeleiden, zowel juridisch als fiscaal. En ons motto daarbij is: de overdracht is niet eenvoudig, dus hou het zo simpel mogelijk. Dat zal al complex genoeg zijn.”
Neem dan rechtstreeks contact op met DELBOO Advocaten.
Contact opnemen