Hét toonaangevende zakenplatform voor Vlaanderen

Energietransitie in Vlaanderen: hoe maken we ons energiesysteem klaar voor de toekomst?

In deze aflevering van de Business Vlaanderen-podcast gaat host Björn Crul in gesprek met Pieter Lodewijks (VITO/EnergyVille), Frederik Hindryckx (VEB) en Matthias Masschelin (bnewable) over de impact van geopolitieke spanningen, netcongestie, elektrificatie, batterijopslag en flexibiliteit. Ze bespreken welke investeringen en beleidskeuzes nodig zijn om het Belgische energiesysteem toekomstbestendig te maken en hoe bedrijven, overheden en de industrie zich vandaag al kunnen voorbereiden op de uitdagingen van morgen.

Transcriptie

[00:03] Impact van geopolitiek op de energietransitie
Björn Crul: Dag luisteraars en welkom in de nieuwe Business Vlaanderen-podcast. De voorbije weken is er al heel wat te doen geweest over de impact van geopolitiek op onze energiebevoorrading en op de energieprijzen. Een crisis, hoofdzakelijk een crisis die de fossiele brandstoffen heeft getroffen, heeft het bewustzijn aangewakkerd dat de energietransitie, die inzet op elektrificatie en meer hernieuwbare energiebronnen, versneld moet worden doorgevoerd. Waar staan we vandaag en wat is er nodig om ons energiesysteem futureproof te maken? Dat bespreek ik vandaag in deze podcast. Mijn gasten zijn Frederik Hindryckx, CEO van VEB, het Vlaams Energiebedrijf dat de publieke en sociale sector bijstaat in de energietransitie, Matthias Masschelin, General Manager van bnewable, dat diensten rond energieopslag en energiemanagement levert aan bedrijven, en Pieter Lodewijks, energie-expert en onderzoeker bij VITO/EnergyVille. Heren, welkom aan deze tafel. Pieter, laat ik met jou beginnen. We hebben een energiecrisis gehad na de Russische invasie in Oekraïne. Er is heel wat te doen rond netcongestie en mogelijke problemen om bedrijven in Vlaanderen aan te sluiten. Er is sprake van industriële stagnatie, sommigen spreken zelfs van een industriële crisis. En dan is er nog de oorlog in Iran. Welke van die factoren heeft volgens jou de grootste impact op het denken rond de energietransitie en het feit dat die er moet komen?

[01:33] Lessen uit de energiecrisis
Pieter Lodewijks: De grootste impact is ongetwijfeld uitgegaan van de Russische invasie in Oekraïne. Ik denk dat we ons allemaal nog herinneren dat de gasprijzen op dat moment tot meer dan 300 euro per megawattuur zijn gestegen. Het belang daarvan is niet te onderschatten, net omdat het energiebeleid, dat voordien vooral geënt was op klimaat- en marktbeleid, opnieuw een strategische dimensie heeft gekregen. We hebben gezien dat energie ook veiligheidsbeleid is. Het is goed om even terug te kijken en te zien wat we uit die crisis geleerd hebben. We zijn toen volop subsidies gaan uitkeren om energie betaalbaar te houden. Enkele cijfers: tussen september 2021 en januari 2023 werd in Europa ongeveer 650 miljard euro uitgegeven. Voor België ging het om 9,4 miljard euro, ongeveer 2% van het bbp, uitgekeerd op een weinig gerichte manier.

[02:39] Subsidies versus structurele transitie
Björn Crul: Misschien hebben we in die crisis dan wel op het verkeerde paard gewed.

Pieter Lodewijks: Exact. Ik denk dat het uitkeren van subsidies op zo’n moment niet de juiste manier is om een transitie in gang te zetten. Ik denk dat we daar wel degelijk uit geleerd hebben. Dat zie je ook in de huidige crisis rond de Straat van Hormuz, die in feite een oliecrisis is. Er wordt nu veel minder snel naar subsidies gegrepen. De belangrijke les die we geleerd hebben, is dat we middelen slimmer moeten inzetten. Uiteraard moet je kwetsbare gezinnen ondersteunen, maar niet op de manier zoals we dat vier of vijf jaar geleden hebben gedaan.

[03:17] Bedrijven zoeken grip op hun energiekosten
Björn Crul: Matthias, als we kijken naar de bedrijfsmarkt waarin jullie actief zijn, merken jullie dat die opeenvolgende crisissen het bewustzijn bij bedrijven vergroten? Dat ze zelf meer het heft in handen willen nemen rond energie?

Matthias Masschelin: We merken dat heel veel bedrijven vooral bezig zijn met hun energiefactuur. Hoe kunnen ze die onder controle houden, de kosten laag houden en vooral voorspelbaar maken? Dat heeft een enorme impact op de industrie. Niet alleen de hoogte van de factuur, maar vooral de onvoorspelbaarheid ervan. Bedrijven willen wel iets doen en bekijken verschillende mogelijkheden, maar zien vaak door het bos de bomen niet meer. Ze vergelijken leveranciers, denken aan investeringen in zonne-energie, wat voor hen vaak geen goede businesscase is, en bekijken flexibiliteit. Maar dan rijst meteen de vraag hoe dat precies werkt. Dat maakt het erg complex.

[04:22] Flexibiliteit als dienstverlening
Björn Crul: Misschien is dat net waar jullie het verschil maken: de complexiteit wegnemen voor bedrijven.

Matthias Masschelin: Absoluut. Wij willen bedrijven ontzorgen in die uitdaging van de energietransitie. Dat doen we door zelf te investeren in flexibiliteit. We nemen die investering, die geen corebusiness is van onze klanten, volledig op ons. Wij financieren het volledige project, zowel de CAPEX als de OPEX. Batterijen en andere flexibiliteitsoplossingen nemen wij voor onze rekening om zo de energiefactuur van onze klanten te verlagen.

[05:14] De publieke sector en de energiecrisis
Björn Crul: Frederik, laten we eens kijken naar de publieke en sociale sector. Merken jullie dat het thema van de hoge energiefacturen ook leeft bij de klanten van VEB?

Frederik Hindryckx: Dat hebben we vooral gemerkt na de inval van Rusland in Oekraïne. Zoals Pieter daarnet zei, waren de prijsschokken toen bijzonder groot. Daardoor zijn heel wat organisaties beginnen zoeken naar manieren om hun energieverbruik te verminderen. Ik denk bijvoorbeeld aan gemeentelijke sporthallen waar plots geen warm water meer beschikbaar was na het sporten. We merken ook dat, zodra de prijzen zich opnieuw stabiliseren, die aandacht weer gedeeltelijk wegvalt. Dat is net de uitdaging van de energietransitie: blijven investeren op de lange termijn en niet alleen reageren op kortetermijnprikkels. De prijsschokken hebben veel aandacht gegenereerd, maar die ebt geleidelijk weer weg.

[06:21] Een andere dynamiek dan tijdens de Oekraïnecrisis
Björn Crul: Is die aandacht er vandaag opnieuw, bijvoorbeeld naar aanleiding van de spanningen rond Iran en de Straat van Hormuz?

Frederik Hindryckx: Dat is toch een totaal andere situatie dan bij de Russische inval. De prijsschokken zijn vandaag veel beperkter. President Trump zorgt er mee voor dat de markten relatief rustig blijven. Dat was tijdens de Russische inval helemaal anders. Wat we vandaag merken, is dat onze klanten de situatie wel opvolgen, maar er veel minder gestresseerd onder zijn dan vroeger. Iedereen is beter voorbereid. Ook de energiemarkten en de energiespelers hebben vandaag scenario’s klaar om daarmee om te gaan. Tijdens de eerste crisis was dat veel minder het geval. Toen was iedereen op zoek naar oplossingen. Het was de bedoeling van president Poetin om Europa pijn te doen, en daar is hij gedeeltelijk ook in geslaagd.

[07:43] De grootste bottleneck voor de energietransitie
Björn Crul: Pieter, er lijkt vandaag wel een consensus te bestaan dat we de energietransitie moeten versnellen. We moeten sneller meer hernieuwbare energie op het net krijgen en sneller elektrificeren. Dat gebeurt uiteraard niet van vandaag op morgen. Waar zit volgens jou vandaag de grootste bottleneck in Vlaanderen? Is dat de productie van hernieuwbare energie, de netten, de vergunningen of de betaalbaarheid?

Pieter Lodewijks: We zien vandaag een paradox. Alle scenario’s tonen aan dat we moeten elektrificeren om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen en tegelijk energie-efficiënter te worden. De totale energievraag zal dalen, maar het elektriciteitsverbruik zal stijgen. Tegelijk hebben we de voorbije twintig jaar een stagnatie van het elektriciteitsverbruik gezien, terwijl we veel efficiënter zijn geworden. De uitdaging bestaat erin om vraag en aanbod gelijktijdig te laten groeien. Vanuit systeemperspectief is dat de cruciale uitdaging. We moeten onze netten voorbereiden zodat de groei van de vraag gelijke tred houdt met de uitbreiding van de productiecapaciteit en de netinfrastructuur.

[09:20] Investeren in het elektriciteitsnet
Björn Crul: Als je naar de netten kijkt, wordt daar nu massaal in geïnvesteerd. Elia heeft een tienjarenplan dat 11 miljard euro zal kosten. Dan stelt men zich de vraag of we dat wel betaald krijgen, want er zijn nu al opmerkingen over de hoge overheidsbijdrage in de energiefactuur. Die investeringen in de netten moeten natuurlijk ook betaald worden.

Pieter Lodewijks: Daarom zullen onze tariefstructuren en de manier waarop die financiering gebeurt, moeten worden aangepast. Het gaat om investeringen op de lange termijn. Vandaag zie je al dat onze tariefsystemen niet alleen op het variabele gedeelte, het verbruik, gebaseerd worden, maar ook steeds meer op het vaste gedeelte. Zo kunnen we het net beter benutten op basis van capaciteit in plaats van louter verbruik. We zouden bijvoorbeeld ook kunnen denken aan langetermijnengagementen voor grote afnemers, bijvoorbeeld voor vijftien jaar of langer. Ook de financiering van die investeringen zullen we anders moeten aanpakken. We moeten durven denken in generaties en niet alleen op een horizon van vijftien of twintig jaar.

[10:35] Bedrijven bereiden zich voor op toekomstige knelpunten
Björn Crul: Matthias, denken op de lange termijn. Ik neem aan dat de klanten die met jullie in zee gaan ook zo’n langetermijnperspectief hebben, want je plaatst die installaties natuurlijk niet voor even.

Matthias Masschelin: Ik weet niet of ze vandaag al een echte langetermijnvisie hebben. Ze zien wel heel wat problemen en uitdagingen die zich nu beginnen te manifesteren. Denk aan prijsvolatiliteit, waardoor de energiefacturen sterk kunnen stijgen. Maar ook aan netcongestie. We hebben klanten die een aanvraag doen voor een netverzwaring en als antwoord krijgen dat die aansluiting enkel flexibel zal zijn, terwijl dat voor hun industrie niet werkbaar is. Daarom willen ze vandaag al beginnen bouwen aan een installatie die futureproof is en die de uitdagingen rond het net en de energiebevoorrading kan opvangen. Vandaar dat ze zich vandaag al engageren voor een langere termijn, ook al weten ze nog niet exact welke problemen ze in de toekomst zullen tegenkomen.

[11:37] Regelgeving belemmert investeringen in batterijen
Björn Crul: Jullie lossen die problemen voor bedrijven op. Waar botsen jullie vandaag zelf op?

Matthias Masschelin: Een batterij wordt vandaag vaak in één adem genoemd met datacenters als oorzaak van congestie. Maar als je batterijen op de juiste plaats in het net installeert en daar de juiste incentives tegenover zet, helpen ze net om systeemproblemen op te lossen. Enerzijds voor balancing, anderzijds om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen en ook congestie te verminderen. Wat vandaag volledig ontbreekt, is de juiste regelgeving. Die blokkeert investeringen. Je betaalt dubbele heffingen op de energie die je van het net haalt en vervolgens opnieuw op de energie die je terug op het net zet. De huidige tariefstructuur is absoluut niet aangepast om het net te helpen. Als je met een batterij pieken opvangt, betaal je daarvoor, terwijl je op dat moment net het elektriciteitsnet ondersteunt. Het ontbreekt vandaag aan een duidelijke visie en een passend beleid om investeringen op de juiste plaatsen mogelijk te maken.

[12:43] Samenwerking tussen onderzoek en beleid
Björn Crul: Pieter, ik hoor Matthias duidelijk zeggen dat we nood hebben aan een ander beleid, een nieuw energiesysteem met aangepaste tarieven. Is ons beleid zich daar vandaag voldoende van bewust? Staat men bijvoorbeeld open voor het onderzoek dat jullie doen naar het energiesysteem van de toekomst?

Pieter Lodewijks: Zeker en vast. Een mooi voorbeeld is de PACTS 2050 Coalition, een samenwerking die we twee jaar geleden hebben opgestart. Dat is een coalitie van bedrijven. Intussen zijn we met een negental partners, waaronder Elia, Fluxys, ArcelorMittal, BASF en Luminus. Het doel is om samen langetermijnscenario’s uit te werken voor het Belgische energiesysteem. Je merkt dat het heel waardevol is om die discussies in zo’n diverse groep te voeren, omdat iedereen zo dezelfde richting uitkijkt. We merken ook dat er vanuit de politiek veel belangstelling is voor het werk dat we doen. Op die manier proberen we een gedragen visie uit te werken die over verschillende legislaturen heen standhoudt. Zo slaan we een brug tussen het bedrijfsleven en de politiek.

[14:03] Investeren ondanks budgettaire beperkingen
Björn Crul: Frederik, als we terugkeren naar de publieke sector: ook lokale overheden, scholen en ziekenhuizen kunnen een belangrijke rol spelen in de energietransitie. Tegelijk kampen zij met budgettaire beperkingen. Merken jullie dat die financiële druk een impact heeft op de projecten die jullie begeleiden?

Frederik Hindryckx: Dat klopt. De budgettaire ruimte is beperkter dan enkele jaren geleden en ook de financieringskosten zijn gestegen. Daardoor dreigt er een verschuiving van investeringsbudgetten naar operationele budgetten. Wij proberen onze klanten daarom te helpen door strategisch naar hun gebouwenpatrimonium te kijken. Gebouwen hoeven niet langer voor slechts één doel gebruikt te worden. Door verschillende functies te combineren binnen een gebouwenportefeuille heb je uiteindelijk minder vierkante meters nodig. Daardoor kan een deel van het patrimonium worden afgestoten en kunnen de beschikbare middelen gericht worden ingezet voor het kernpatrimonium: de gebouwen die ook richting 2050 en daarna hun maatschappelijke functie duurzaam zullen blijven vervullen.

[15:33] Renovaties met een duidelijke businesscase
Björn Crul: Wat is vandaag de meest succesvolle dienstverlening die jullie aanbieden?

Frederik Hindryckx: Dat zijn vooral renovatie-ingrepen met een duidelijke businesscase en een relatief korte terugverdientijd. Tegelijk moeten we erkennen dat veel investeringen binnen de energietransitie op zich geen zuiver economische businesscase hebben. Als je bijvoorbeeld een gebouw grondig wilt renoveren, moet je de gebouwschil aanpakken. Die investering verdien je niet terug via de energiefactuur alleen. Hetzelfde geldt voor maatregelen die het comfort verbeteren, zoals betere verlichting of ventilatie. Daarom kijken we ook naar ingrepen die zichzelf wel terugverdienen, zoals relighting, het vervangen van verlichting door energiezuinige alternatieven, het plaatsen van zonnepanelen of het optimaliseren van technische installaties. Maar om de energietransitie echt te realiseren, zijn ook de meer fundamentele investeringen in het gebouwenpatrimonium noodzakelijk. We moeten manieren vinden om daarvoor voldoende investeringsruimte te creëren.

[16:58] Iedereen moet kunnen deelnemen aan de energietransitie
Björn Crul: Een belangrijke uitdaging is natuurlijk om zoveel mogelijk mensen mee te krijgen in de energietransitie. Net de mensen die er misschien het meeste baat bij hebben, zoals kwetsbare gezinnen in slecht geïsoleerde woningen of kleinere ondernemingen met beperkte middelen, beschikken vandaag vaak niet over de financiële mogelijkheden om zelf te investeren. Wat kunnen we daaraan doen?

Pieter Lodewijks: De energietransitie is per definitie ook een sociaaleconomische transitie. Als we ze uitsluitend baseren op individuele investeringen, dan zullen vooral gezinnen die zich een warmtepomp, zonnepanelen, isolatie of een elektrische wagen kunnen veroorloven, daarvan profiteren. Daarom moeten we ook inzetten op instrumenten zoals renteloze leningen, zodat gezinnen in energiearmoede eveneens kunnen deelnemen aan die transitie. Daarnaast blijft informatie ontzettend belangrijk. Bij veel gezinnen leeft nog onvoldoende het besef dat zulke investeringen op langere termijn ook aanzienlijke besparingen kunnen opleveren. Ook daar moeten we dus blijvend op inzetten.

[18:28] Elektrificatie, datacenters en netcapaciteit
Björn Crul: Als we naar de bedrijvenmarkt kijken, zijn er vandaag heel wat vragen rond elektrificatie. Er is de toename van AI, met een grote impact van datacenters en heel wat aanvragen voor nieuwe datacenters. In het kader van de energietransitie zien een aantal bedrijven ook opportuniteiten in grote batterijparken om het net te ondersteunen. Daarnaast heb je industriële elektrificatie en de markt waarin jullie actief zijn, met het verzekeren van de energiebevoorrading. Kan dat allemaal tegelijk?

Matthias Masschelin: Ik weet niet of alles tegelijk onmogelijk is. Ik denk dat we eerst moeten kijken hoe we het net efficiënter kunnen gebruiken. We beschikken vandaag al over heel wat infrastructuur. Door op de juiste plaatsen te investeren in flexibiliteit kunnen we al een heel eind komen. Daarnaast zullen we ook een afwegingskader moeten uitwerken om te bepalen waar we het net versterken, zodat verdere elektrificatie mogelijk blijft. Batterijen kunnen het net daarbij ondersteunen met hun flexibiliteit en zouden in principe geen congestie mogen veroorzaken. Integendeel, ze kunnen net een deel van het probleem oplossen. Of we nu moeten kiezen tussen datacenters en industriële elektrificatie vind ik moeilijk te beoordelen. Dat is een beleidskeuze. Ik denk ook niet dat netbeheerders die keuze moeten maken door bijvoorbeeld industriële elektrificatie voorrang te geven omdat hun investeringsplannen daarop gebaseerd zijn. We zullen voortdurend moeten evalueren wie waar wordt aangesloten, op welke manier en hoe we dat zo efficiënt mogelijk organiseren. Als er keuzes nodig zijn, moeten die op beleidsniveau worden gemaakt.

[20:20] Kiezen op basis van maatschappelijke meerwaarde
Björn Crul: Pieter, dezelfde vraag voor jou. We hebben nood aan industriële elektrificatie, er zijn veel aanvragen voor datacenters en daarnaast zijn er batterijprojecten om het net te ondersteunen. Dat alles tegelijk lijkt soms tot congestie te leiden. Waar moeten keuzes worden gemaakt en wie moet die maken?

Pieter Lodewijks: Ik denk dat het belangrijk is om te kijken naar de systeemwaarde van elektrificatie. Je mag zulke beslissingen niet nemen op basis van lobbykracht of simpelweg op basis van wie als eerste een aanvraag indient bij Elia. Je moet kijken welke investeringen de grootste maatschappelijke meerwaarde opleveren. Gaat een project zorgen voor CO₂-reductie? Gaat het jobs verankeren? Draagt het bij aan strategische waardeketens in ons energiesysteem? Dat zijn volgens mij de criteria waarop je zo’n afwegingskader moet bouwen.

[21:16] Flexibiliteit moet een volwaardig onderdeel van het systeem worden
Björn Crul: Een van de grote uitdagingen is dat ons elektriciteitsnet en ons verbruik veel flexibeler zullen moeten worden. Flexibiliteit vormt ook een belangrijk onderdeel van de businesscase die jullie voor bedrijven ontwikkelen. Zijn we daar vandaag al voldoende mee bezig?

Matthias Masschelin: Nee, eigenlijk nog te weinig. Er is vandaag veel bewustwording. Heel wat bedrijven zijn ermee bezig en ook netbeheerders zien de noodzaak ervan in. Op het vlak van balancing bestaat flexibiliteit al langer, maar we zijn nog onvoldoende bezig met het creëren van het juiste kader om die flexibiliteit echt actief in de markt te kunnen inzetten. Daardoor benutten we alle beschikbare assets nog veel te weinig. Voor een bedrijf als bnewable, dat wil investeren in flexibiliteit, horen we vaak dat iedereen het belangrijk vindt en dat het nodig is, maar vervolgens zien we dat het regelgevend kader nauwelijks evolueert. Dat gaat gewoon veel te traag.

[22:31] Wanneer wordt flexibiliteit rendabel?
Björn Crul: Is flexibiliteit vandaag al een verdienmodel voor bedrijven?

Matthias Masschelin: Voor sommige bedrijven wel. Dat hangt sterk af van hun verbruiksprofiel en van de productie die ze op hun site hebben. In bepaalde gevallen kan een batterij vandaag al een interessante businesscase opleveren. Maar voor veel bedrijven is dat nog niet zo. Een batterij die bijvoorbeeld in het weekend beschikbaar is terwijl er weinig afname is en geen zonneproductie, levert vandaag te weinig op, terwijl ze het systeem op dat moment perfect ondersteunt. Daardoor gaat vandaag nog heel veel waarde verloren. De batterij creëert waarde voor het energiesysteem, maar door de huidige regelgeving en tariefstructuur wordt die waarde niet vergoed. Het is dus echt zoeken naar de bedrijven waarvoor vandaag al een rendabel model mogelijk is.

[23:32] Pilootprojecten in de publieke sector
Björn Crul: Frederik, zijn jullie met jullie klanten ook al bezig met flexibiliteit? En zo ja, op welke manier?

Frederik Hindryckx: Vandaag werken we samen met een aantal pilootklanten aan flexibiliteitsprojecten. De bedoeling is om de bewezen businesscases en de ervaringen die daaruit voortkomen vervolgens op te schalen naar onze andere klanten. Dat doen we om twee redenen. Enerzijds omdat onze klanten daar financieel voordeel uit kunnen halen via een lagere energiefactuur. Anderzijds omdat onze klanten overheden zijn en zij vanuit hun maatschappelijke rol ook een bijdrage willen leveren aan de energietransitie. Daarom vinden wij het belangrijk dat zij mee betrokken worden in dat flexibiliteitsverhaal.

[24:31] De hefbomen voor meer flexibiliteit
Björn Crul: Pieter, flexibiliteit zal sowieso een grotere rol moeten spelen in ons energiesysteem. Waar zitten volgens jou de belangrijkste hefbomen om dat in de praktijk mogelijk te maken?

Pieter Lodewijks: Bij een aantal grote spelers is flexibiliteit vandaag al duidelijk een businesscase. Maar voor veel kleinere bedrijven en kmo’s betekent flexibiliteit vooral extra complexiteit. Binnen VITO/EnergyVille lopen momenteel verschillende onderzoeksprojecten rond flexibiliteit. Daarbij werken we samen met bedrijven zoals Aperam, Tiense Suikerraffinaderij en Nyrstar om te onderzoeken hoe we de waarde van flexibiliteit kunnen maximaliseren. Tegelijk brengen we de bestaande barrières in kaart. Dat gaat over regelgeving, investeringsmogelijkheden en de noodzaak om de markt aan te passen. Daarnaast bekijken we ook hoe energieaankopen op een innovatievere manier kunnen worden georganiseerd.

[25:36] De tariefstructuur moet mee evolueren
Björn Crul: Ook hier speelt onze tariefstructuur een belangrijke rol. Er zijn bedrijven die vandaag wel een flexibele rol zouden kunnen opnemen, maar zich laten afremmen door bijvoorbeeld het capaciteitstarief.

Matthias Masschelin: Absoluut. Ik hoop dat we evolueren naar een capaciteitstarief waarbij een bepaald deel permanent flexibel kan worden ingezet. Voor een batterij zou dat zelfs honderd procent kunnen zijn. Op momenten dat er geen probleem is op het net en er ongebruikte capaciteit beschikbaar is, zou je die gratis moeten kunnen inzetten om een ander systeemprobleem op te lossen. Zo creëer je waarde zonder bijkomende netinvesteringen. Ook time-of-use-tarieven zijn daar een goed voorbeeld van. Op die manier verlaag je de energiefactuur van de industrie én gebruik je het energiesysteem efficiënter, waardoor uiteindelijk iedereen daarvan profiteert.

[26:47] Marktontwerp als sleutel voor flexibiliteit
Björn Crul: Dus de huidige marktwerking werkt flexibiliteit eigenlijk nog te veel tegen?

Pieter Lodewijks: Zeker. Het onderzoek dat wij met ons marktdesignteam uitvoeren, is precies bedoeld om te bekijken hoe we het marktontwerp kunnen aanpassen zodat flexibiliteit meer waarde kan creëren. Daarnaast moeten we ook zorgen voor meer stabiliteit en voorspelbaarheid, zodat bedrijven beter kunnen inschatten welke waarde flexibiliteit op lange termijn zal opleveren.

[27:07] Welke technologieën maken het verschil?
Björn Crul: Als we vooruitkijken, zitten er nog heel wat technologieën in de pijplijn. Denk aan carbon capture and storage, de doorbraak van thuisbatterijen, nieuwe vormen van kernenergie, grotere warmtenetten en misschien zelfs e-fuels. Waar zien jullie het grootste potentieel? Pieter, misschien eerst vanuit de onderzoekskant.

Pieter Lodewijks: Misschien trap ik een open deur in, maar ik denk niet dat één technologie de mirakeloplossing zal zijn. De sleutel ligt in het slim combineren van verschillende technologieën. Opnieuw moet je het energiesysteem als geheel bekijken. Dat is precies wat we met de PACTS 2050-modellen doen. Elektrificatie blijft cruciaal, net als flexibiliteit en energie-efficiëntie. Daarnaast zal CCS noodzakelijk zijn voor specifieke toepassingen, zoals procesemissies in de cement- en chemische industrie. Daarvoor zullen ook de nodige transportnetten en opslaginfrastructuur moeten worden uitgebouwd. Ook moleculen zullen op langere termijn een rol spelen, vooral voor internationaal transport en als grondstof voor bepaalde chemische productieprocessen. Maar niet voor toepassingen in woningen. De voorbije jaren hebben we geleerd dat waterstof daarvoor niet de juiste oplossing is.

[28:50] Technologieën voor gebouwen en industrie
Björn Crul: Frederik, hoe kijk jij naar die technologische evoluties?

Frederik Hindryckx: Op het niveau van gebouwen verwacht ik nog heel wat innovatie. Energiesystemen zullen intelligenter worden en de aansluiting op flexibiliteitsplatformen zal eenvoudiger verlopen. Ook elektrische wagens die thuis of aan een gebouw laden, zullen daarin een belangrijke rol kunnen spelen. Meer algemeen sluit ik mij aan bij de visie rond CCS. Dat zal een deel van de oplossing vormen. Ook nucleaire technologie kan voor de industrie interessant zijn omdat ze hoogwaardige warmte kan leveren. Waterstof, warmtenetten en e-fuels zie ik eerder als nichetoepassingen. In bepaalde situaties zullen ze zeer nuttig zijn, maar ik verwacht geen brede toepassing voor alles en iedereen. Moleculen zullen vooral als grondstof waardevol zijn en minder als algemene energiedrager.

[30:10] Elektrificatie blijft de rode draad
Björn Crul: Matthias, hoe kijken jullie daarnaar?

Matthias Masschelin: Voor mij is het moeilijk om alle technologieën afzonderlijk te beoordelen. Wij zijn vooral actief op het vlak van elektrificatie. Vandaag ontwikkelen we flexibiliteitsoplossingen, maar dat zal in de toekomst veel breder worden. We kijken bijvoorbeeld naar bidirectioneel laden van elektrische voertuigen en sturen vandaag ook al zonnepanelenparken aan. Daarnaast zie ik veel potentieel in warmtepompen en e-boilers, zeker voor de industrie. Daar groeit de vraag sterk. Als servicepartij kunnen wij de warmteproductie flexibel aansturen en zo opnieuw extra waarde creëren.

[31:04] Wat bepaalt het succes richting 2030 en 2050?
Björn Crul: Pieter, tot slot. Als we vooruitkijken naar 2030 en 2050, liggen er bijzonder ambitieuze Europese doelstellingen op tafel. Waar zit volgens jou de grootste onzekerheid om die ook effectief te halen?

Pieter Lodewijks: Uiteindelijk maakt het weinig uit vanuit welk politiek perspectief je vertrekt. Of je nu CO₂-uitstoot wilt verminderen of hoge energiekosten wilt terugdringen, de marsrichting blijft dezelfde. Op korte termijn richting 2030 ligt de grootste onzekerheid vooral in het tempo dat we kunnen maken. Denk aan vergunningen, netuitbreidingen, aansluitingen, renovaties en investeringen. Daarnaast spelen ook energieprijzen en de beschikbaarheid van kritieke materialen een belangrijke rol. Maar het tempo blijft doorslaggevend. Onze analyses tonen telkens opnieuw aan dat niet kiezen uiteindelijk meestal de duurste keuze is.

[32:14] Slotbeschouwing
Björn Crul: Ik zie Matthias en Frederik instemmend knikken. Jullie zijn het daarmee eens.

Frederik Hindryckx: Misschien nog één aanvulling. Naast alles wat Pieter heeft aangehaald, zullen we als maatschappij ook voldoende capaciteit moeten ontwikkelen. Daarmee bedoel ik investeringscapaciteit, maar evengoed innovatiekracht en uitvoeringscapaciteit. Er ligt nog enorm veel werk voor ons. We zullen daar met overtuiging onze schouders onder moeten zetten.

Björn Crul: Heren, hartelijk bedankt voor dit gesprek. Tot de volgende keer.

Gerelateerde video's

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten