Sinds begin 2026 heeft de autonome garantie – ook wel bankgarantie of garantie op eerste verzoek genoemd – voor het eerst een duidelijke wettelijke basis in België. Met de opname in het Burgerlijk Wetboek verduidelijkt de wetgever de regels, geeft hij aan welke verplichtingen gelden voor de garant en waar de grenzen liggen voor de toepassing van deze garantie. Dirk Clarysse en Karen De Braekeleer, partners bij Andersen in Belgium, geven tekst en uitleg.
Een autonome garantie is een persoonlijke zekerheid waarbij een derde partij (vaak een bank) zich ertoe verbindt om op eenvoudig schriftelijk verzoek van de begunstigde een garantiebedrag te betalen. “Bij een autonome garantie zijn er altijd drie betrokken partijen: de opdrachtgever die de garantie aanvraagt, de begunstigde die ze kan afroepen en de garant, die instaat voor de betaling”, legt Karen De Braekeleer uit.
In de praktijk gaat het vaak om complexe dossiers zoals grootschalige bouw- en infrastructuurprojecten, internationale handelscontracten en overheidsopdrachten. In dit artikel nemen we het voorbeeld van een contract tussen een aannemer en een bouwheer. “Wanneer de aannemer bij zijn bank een autonome garantie heeft verkregen, kan de bouwheer de bank aanspreken wanneer die aannemer zijn contractuele verplichtingen niet nakomt. De bank hoeft niet na te gaan of de aannemer effectief tekortschiet, maar moet betalen zodra de bouwheer daartoe een verzoek indient”, aldus De Braekeleer.
De autonome garantie kan enkel door bedrijven worden verleend en verschilt fundamenteel van de borgtocht. De wetgever heeft dat verschil nu ook duidelijk opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Dirk Clarysse: “Een borgtocht is accessoir van aard. De borgsteller moet pas tot betaling overgaan wanneer vaststaat dat de hoofdschuldenaar tekortschiet. Bovendien kan de borgsteller dezelfde verweermiddelen inroepen als de schuldenaar zelf.”
“Bij een overeenkomst tussen een bouwheer en een aannemer, waarbij de bank zich borg heeft gesteld voor de aannemer, kan de bouwheer de bank dus pas aanspreken nadat afdoende is aangetoond dat de aannemer zijn verplichtingen niet is nagekomen”, stelt Clarysse. “De uitbetaling volgt dan pas nadat het onderliggende geschil over de tekortkomingen is uitgeklaard.”
Bij een autonome garantie ligt dat anders. Deze zekerheid is niet-accessoir: de verplichting van de garant staat volledig los van de onderliggende discussie. “Zodra de garantie geldig wordt afgeroepen, is de bank verplicht tot betaling, zelfs wanneer tussen bouwheer en aannemer nog discussie bestaat over een tekortkoming. De bank mag geen onderzoek voeren naar het geschil en moet onmiddellijk tot uitbetaling overgaan.”

Een autonome garantie moet binnen de overeengekomen termijn worden ingeroepen. Daarnaast is ze persoonsgebonden: de garantie is gekoppeld aan de begunstigde en kan niet worden overgedragen. Zodra de garant een betalingsverzoek ontvangt, moet hij de opdrachtgever van de garantie hiervan op de hoogte stellen. Na betaling kan de garant het uitgekeerde bedrag dan terugvorderen van de opdrachtgever.
Hoewel de garant in principe geen verweermiddelen uit de onderliggende overeenkomst kan inroepen, kan hij wel weigeren te betalen. Karen De Braekeleer: “Maar de drempel ligt hoog: alleen wanneer het verzoek manifest abusief of bedrieglijk is, mag de betaling worden geweigerd. Bijvoorbeeld wanneer de bouwheer valse documenten of verklaringen aan de bank zou voorleggen om de garantie op te eisen, bijvoorbeeld door te doen alsof een belangrijke deadline is overschreden, terwijl dat niet klopt.”
Wat tot voor kort vooral gedragen werd door rechtspraak, praktijkgewoonten en internationale soft law, kent nu in België dus een wettelijke regeling, zij het eerder een basis die ruimte laat voor aanpassingen en maatwerk.
“De wettelijke verankering van de autonome garantie brengt meer duidelijkheid, maar laat tegelijk ruime contractvrijheid aan de partijen. Een groot deel van de nieuwe regels is van aanvullend recht”, geven de partners van Andersen in Belgium aan. “Contractpartijen kunnen de garantie dus maximaal afstemmen op hun specifieke noden, of ze kunnen ervoor kiezen om waar dat toegelaten is, de wettelijke regels uit te sluiten en een overeenkomst op te stellen volgens bijvoorbeeld de regels van de Internationale Kamer van Koophandel ICC (de zogenaamde Uniform Rules for Demand Guarantees).”
“Ons team staat klaar om bestaande clausules en contracten rond autonome garanties te analyseren en aan te passen aan de nieuwe wettelijke regeling of om nieuwe autonome garanties op te stellen, volgens de noden van de opdrachtgever”, besluiten Dirk Clarysse en Karen De Braekeleer.