Tagarchief: DELBOO Advocaten

“Een ideale manier om aan vermogensplanning te doen”

Lees het gehele artikel

Zorgvolmachten zitten in de lift

De Belg bereidt zijn overlijden steeds meer voor. Uit cijfers van het notariaat blijkt dat het aantal geregistreerde testamenten en zorgvolmachten in de lift zit. Zo werden al bijna 500.000 zorgvolmachten gegeven. Dat is een positieve evolutie, vindt zakenadvocaat Mark Delboo: “Door de zaken tijdig te regelen, bepaal je zelf wat er moet gebeuren en kan je je wensen kenbaar maken en de nodige instructies geven.”

Mark Delboo: “Met een zorgvolmacht vermijd je dat een vrederechter een bewindvoerder aanstelt.”

De wetgever maakte in 2014 de zorgvolmacht mogelijk. “Het woord zegt bijna letterlijk waar het over gaat: met een zorgvolmacht geef je de toestemming aan iemand anders om namens jou te beslissen op een moment dat je daar zelf niet meer toe in staat bent en dus zorgbehoevend bent”, legt Mark Delboo van DELBOO Advocaten uit. “Met zo’n volmacht vermijd je dat een vrederechter een bewindvoerder aanstelt via de procedure van buitengerechtelijke bescherming.” 

Veel meer dan enkel zorg regelen 

De zorgvolmacht gaat veel breder dan de aspecten van zorg. “Eigenlijk onderscheiden we drie grote domeinen die via de volmacht kunnen worden geregeld. Ten eerste: het beheer over het vermogen, zowel roerend als onroerend. Daar kan de volmachtdrager alle mogelijke zaken regelen die je zelf ook bij leven zou doen. Hij kan alleen niet overgaan tot het opstellen van een testament. Ten tweede kan een volmachtdrager een mandaat krijgen om de vermogensplanning uit te voeren, denk aan het regelen van schenkingen, als het ware het uitvoeren van een bestaand testament kort voor het overlijden. En tot slot zal deze persoon zich ook bekommeren om het strikt persoonlijke: de verzorging, de financiële middelen die daarvoor nodig zijn en, indien nodig, de beslissingen over een ziekenhuis of zorginstelling waar je als volmachtgever best wordt verzorgd.” 

De zakenadvocaat stelt in zijn eigen praktijk vast dat de uitvoering van een zorgvolmacht in de meeste gevallen goed loopt. Toch is er een belangrijk aandachtspunt. “De hamvraag is steeds: wanneer moet een zorgvolmacht in werking treden? Wanneer ben je precies onbekwaam om te handelen? En wat met onverwachte gebeurtenissen als een ongeval of een herseninfarct? Als er een zorgvolmacht is, moeten in principe één of twee artsen een vaststelling van de onbekwaamheid doen. Dat kan een pijnlijk, confronterend moment zijn voor de volmachtgever dat ook tot spanningen leidt in de familie.” 

“Wanneer de relaties in de familie goed zijn, raden wij daarom aan om een zorgvolmacht onmiddellijk te laten ingaan en in onderling overleg te bepalen wie vanaf wanneer welke zaken regelt”, stelt Mark Delboo. “We zien dat deze praktijk bij een oudere generatie goed loopt en de ouders bijvoorbeeld geleidelijk aan hun kinderen meer betrekken bij het beheer van het vermogen, waardoor de transitie op een vrij natuurlijke manier gebeurt. Je blijft verantwoordelijk voor wat je doet, maar je hebt wel de zorgvolmacht als een veiligheidsmechanisme, voor het geval het ooit nodig is. En mocht de volmachtgever het willen, dan kan hij of zij alsnog de volmacht herroepen.” 

Schenken is goedkoper dan erven 

In het kader van de vermogensplanning is de zorgvolmacht overigens een bijzonder interessante piste. “Bij de uitvoering van een testament lopen bepaalde tarieven in het erfrecht hoog op. Dankzij de zorgvolmacht is het mogelijk om het testament in de laatste uren voor het overlijden al te laten uitvoeren door de volmachtdrager. We spreken in dat geval over schenkingen, die veel minder belast worden. Aandelen van een familiale vennootschap kunnen gratis worden geschonken in plaats van aan 3% erfbelasting. Bij een rekening-courant of niet-familiale vennootschappen bedraagt het schenkingsrecht 3%, terwijl de belasting van het erfrecht 27% bedraagt … Dat scheelt dus een flinke slok op de borrel.” 

Om dit alles mogelijk te maken, is wel enig voorbereidend werk noodzakelijk. Mark Delboo: “Je moet het vermogen goed opgelijst hebben, zodat er geen tijd verloren gaat om de informatie op te zoeken. Daarnaast moet het heel duidelijk zijn welke goederen je wil schenken, aan wie, hoeveel en onder welke omstandigheden. Bovendien moeten ook de mensen die de schenking zullen krijgen gemakkelijk bereikbaar zijn. Dat ligt vaak moeilijker als we spreken over verre familie in het buitenland. Maar mits het nodige werk vooraf, is de zorgvolmacht dus een ideale manier om aan estate planning te doen.” 

Officiële registratie noodzakelijk 

Een onderhandse zorgvolmacht is mogelijk, maar niet aan te raden. Net omwille van de gevoeligheid, kan er immers steeds discussie optreden. “De beste praktijk is om de zorgvolmacht te laten opstellen door een advocaat of notaris. Omdat wij gespecialiseerd zijn in de materie, zullen onze advocaten steeds een document op maat uitwerken, aangepast aan de specifieke situatie van onze cliënt. Vervolgens moet de zorgvolmacht geregistreerd worden in het Register voor Lastgevingen. Zonder die registratie zal een bank bijvoorbeeld geen instructies aanvaarden. En indien er ook bepalingen over onroerend goed in de volmacht staan, dan is een notariële akte een noodzaak”, besluit Mark Delboo.

​Welke grondwet voor het familiebedrijf?

foto-mark-delboo-2
Lees het gehele artikel

Hoe afspraken geformaliseerd worden, kan een grote impact hebben

De afspraken die aan de basis liggen van een familiale onderneming kunnen in diverse vormen worden geformaliseerd: een aandeelhoudersovereenkomst, een familiecharter, een maatschap of een stichting. Soms leeft de perceptie dat deze akkoorden sterk op elkaar lijken. Maar niets is minder waar, al was het maar omdat er juridisch wél veel verschillen zijn. Zakenadvocaat Mark Delboo, expert in familiebedrijven, geeft tekst en uitleg.

Het is in een familiebedrijf niet anders dan in andere vennootschappen: goede afspraken maken goede vrienden. Mark Delboo: “Een aandeelhoudersovereenkomst regelt vooral de zakelijke aspecten van de vennootschap: hoe is het aandeelhouderschap samengesteld? Wie mag deel uitmaken van de raad van bestuur? Wat is het dividend­beleid van de onderneming? Hoe en aan wie kunnen aandelen worden verkocht en tegen welke prijs?”

“Klassiek wordt zo’n overeenkomst gesloten voor een periode die minimaal 10 jaar en maximaal 15 jaar beslaat. Op zich is dat een duidelijke termijn. Maar wanneer de samenwerking tussen de betrokken aandeelhouders niet optimaal is, merk je dat er na 6 à 7 jaar spanningen optreden. Men weet dat de overeenkomst op haar einde loopt en daardoor gaat er veel meer aandacht naar de juridische afwikkeling ervan dan naar het bedrijf zelf”, weet het ervaren boegbeeld van DELBOO Advocaten.

Stichting versus maatschap

Wanneer de aandelen van het bedrijf worden overgedragen aan een private stichting ter certificering, bevat de oprichtingsakte van de stichting in grote lijnen dezelfde bepalingen als een aandeelhoudersovereenkomst. “Het grote verschil is echter dat een stichting voor onbepaalde duur wordt opgericht. De stichters zijn aan elkaar verbonden en men gaat ermee door zolang men wil. De akte voor de oprichting van de stichting, samen met de administratievoorwaarden, vormt daarbij een soort van ‘grondwet’. Die kan gaandeweg wel worden bijgestuurd, mits de ondertekenaars het daarover eens zijn.”

Daarnaast is er ook de maatschap, die net als de private stichting tot doel heeft om de controle over het bedrijf te verzekeren en het dividendbeleid te structureren. Mark Delboo: “Het grootste verschil zit eigenlijk in het oplossen van conflicten. Indien de relatie binnen een maatschap vastloopt, kan een rechter onmiddellijk beslissen hoe het verder moet. Daar kan bijvoorbeeld een bewindvoerder worden aangesteld. Bij een stichting loopt alles sowieso verder en zal een rechter pas achteraf een oordeel vellen over het gevoerde beleid.”

Mark Delboo: “Het is belangrijk om vroeg genoeg na te denken over opvolging, op een moment dat de kinderen nog jong zijn.”

Het familiecharter bewaakt de toekomst

Een familiecharter is een document van een heel andere orde. Mark Delboo: “Een charter gaat over de normen en waarden, die ten grondslag liggen aan de familiale onderneming. Het omvat eigenlijk de visie van de familiale aandeelhouders op het bedrijf en op de toekomst, zodat de continuïteit verzekerd kan blijven. Zo lees je in een familiecharter vaak hoe men omgaat met de intrede van familianten in het bedrijf. Onder welke voorwaarden kunnen de kinderen actief worden? En welke rol mogen aangetrouwde familieleden opnemen?”

Hoe ouder het familiebedrijf en hoe meer vertakt de eigenaarsfamilie is, hoe belangrijker de afspraken rond de volgende generatie worden. “Het is belangrijk om daar vroeg genoeg over na te denken, op een moment dat de kinderen nog jong genoeg zijn. Zo vermijd je dat de tekst wordt opgesteld in functie van specifieke personen. Het doel moet zijn dat je algemene principes vooropstelt die voor alle kinderen en voor toekomstige generaties van toepassing zijn”, merkt Delboo op.

Daarbij kan men bijvoorbeeld bepalen welk opleidingsniveau noodzakelijk is om een operationele rol te mogen opnemen in de onderneming, of kinderen eerst extern werkervaring moeten opdoen en hoe de toegang tot het bestuursorgaan wordt geregeld.

“Een goede praktijk is dat men afgestudeerde kinderen één jaar in het familiebedrijf laat werken en hen daar alle geledingen kort laat doorlopen, zodat ze het bedrijf van binnen uit leren kennen. Vervolgens kunnen ze in een andere onderneming ervaring opdoen, maar weten ze ook waar ze specifiek op moeten letten. Na enkele jaren kunnen ze dan terugkeren in het familiebedrijf om er een verantwoordelijke rol op te nemen. Als je dat consequent toepast, versterk je steevast het management van je bedrijf”, besluit Mark Delboo.

Kies als familiebedrijf niet overhaast voor fiscale optimalisatie

foto-mark-delboo-2
Lees het gehele artikel

Familiale bedrijfsleiders die hun bedrijf willen overdragen aan een volgende generatie, kunnen in ons land gebruik maken van een gunstregime. Het familiebedrijf kan gratis worden geschonken aan de kinderen, mits het voldoet aan de nodige voorwaarden. Die voorwaarden zijn door opeenvolgende wijzigingen echter bijzonder complex geworden. Advocaat Mark Delboo raadt aan om vroeg genoeg na te denken over schenken of vererven. 

Onder impuls van Europa wordt het schenken van familiebedrijven sinds het eind van de jaren ’90 ook in ons land gestimuleerd. “De achterliggende gedachte was dat de continuïteit van familiebedrijven in het gedrang kan komen, als er gewacht wordt tot de bedrijfsleider overlijdt”, legt zakenadvocaat Mark Delboo uit. “Europa vaardigde daarom een richtlijn uit om het schenken van familiale ondernemingen te stimuleren met een gunstige fiscale regeling. Men zag dat als een tewerkstellingsmaatregel: er zouden minder bedrijven failliet gaan en dus minder jobs verloren gaan.”

In België was er in de eerste regeling geen erfbelasting op een familiebedrijf, maar wel een schenkbelasting van 3%. De nieuwe regelgeving sinds 2012 draaide het principe om: schenken werd gratis gemaakt en een bedrijf dat in een successie terechtkwam, werd in de rechte lijn aan 3% erfbelasting onderhevig gemaakt.

“Uiteraard koppelt de wetgever voorwaarden aan het gunstige regime om te schenken. In den beginne was er bijvoorbeeld een tewerkstellingsclausule, maar die werd inmiddels vervangen door het criterium dat het om een actieve onderneming moet gaan, lees: een activiteit als zelfstandige zoals een bakker of slager, of een vennootschap die bijvoorbeeld btw betaalt, anders dan een managementvennootschap.”

Toenemende techniciteit en interpretatie

Dat is echter niet de enige wijziging. Ook op andere vlakken werd er aan de regelgeving gesleuteld. Mark Delboo: “De toenemende techniciteit leidt ertoe dat sommige zaken die vroeger mochten, nu niet meer toegelaten zijn. En we merken ook dat er hoe langer, hoe meer ruimte is voor interpretatie door de belastingadministratie. Dat leidt tot meer en meer procedures in de rechtbank, waarbij men alsnog probeert belastingen te innen op de overdracht van familiebedrijven.”

Een eerste vraag die beantwoord moet worden, is of het bedrijf wel voldoet aan de definitie van familiale onderneming volgens de criteria van de overheid. “Vroeger maakte het niet uit of men rechtstreeks aandeelhouder was of via een holding. Nu zijn er verschillende drempels ingebouwd, waarbij je bijvoorbeeld minstens 50% rechtstreeks moet aanhouden, indien een familiale holding mede-eigenaar is.” 

De advocaat haalt nog enkele voorbeelden aan van gewijzigde regels: “Vroeger waren de rekening-couranten in de familiale vennootschap vrijgesteld van belasting. Maar vandaag is dat niet meer zo. Wat ook veranderd is, is de behandeling van een structuur waarin een familiale onderneming verweven zit. Vroeger kon je de hele structuur vrijstellen bij een schenking, nu enkel nog als het gaat om een relatie dochter-moedervennootschap. Als er dan een holding tussen die beide in werd gecreëerd, kan dat tot onaangename verrassingen leiden.”

Tegenstrijdige rechtspraak 

Het komt erop neer dat familiale ondernemers vroeg genoeg moeten nadenken over zaken die later een impact kunnen hebben op de overdracht. “Vaak zien we dat boekhouders enkel oog hebben voor fiscale optimalisatie op korte termijn. Ze bedenken hybride structuren, bouwen liquidatiereserves in om ze zo snel mogelijk uit het bedrijf te kunnen halen, enzovoort. Maar men moet voor ogen houden dat de wetgever bij schenking of vererving die structuren nauwlettend bekijkt, en dat er soms ook voorwaarden zijn waarbij het kapitaal nog een bepaalde termijn in het bedrijf moet blijven”, aldus het boegbeeld van DELBOO Advocaten. 

“En dan heb ik het nog niet gehad over de rechtspraak, waar we soms tegenstrijdige vonnissen zien. In een zaak van kapitaalvermindering, hebben we recent bij de rechtbank in Gent twee verschillende interpretaties gezien met een andere berekenwijze van de schenkbelasting aan 3%, voor een soortgelijke transactie waarbij het geld voortijdig uit de vennootschap werd gehaald”, vertelt Mark Delboo. “Rijd je dus niet vast in fiscale spitstechnologie en laat je vooral tijdig adviseren door een beslagen expert in de materie.”