De tweede ambtstermijn van Donald Trump als Amerikaans president wordt gekenmerkt door zijn rechts-conservatieve, populistische agenda. Zijn extreme standpunten winnen ook in Europa terrein. En dan rijst de vraag: wat betekent dat voor onze maatschappij en hoe kunnen politici en bedrijven de populistische opmars een halt toeroepen? Business Vlaanderen verzamelde een vijfkoppig panel rond de tafel om die vragen te beantwoorden: Niko Demeester (CEO Embuild), Dewi Van De Vyver (tech ondernemer), Julie Sevenans (politicologe UAntwerpen), Bart De Smet (voorzitter Ageas) en Jo Caudron (auteur en transformatiestrateeg).
Jo Caudrons laatste boek ‘Fuck the system (en andere slechte ideeën voor de toekomst)’ behandelt uitgebreid hoe in de VS een agenda wordt doorgevoerd met veel extremere standpunten dan degene waarvoor Donald Trump verkozen werd: “Zijn tweede ambtstermijn is jarenlang voorbereid door de beweging achter het ‘Project 2025’, die een duidelijk rechts-conservatief playbook klaar had liggen, vol maatregelen die nu worden uitgevoerd”, geeft Caudron aan. “Trump heeft met zijn simplistische slogans een massa mensen kunnen mobiliseren. Maar nu hij aan de macht is, wordt een veel extremere agenda doorgevoerd. En dat is in vele gevallen niet de wil van de kiezer geweest.”
“Er is een duidelijk verschil tussen populistische meningen en extreme standpunten”, merkt politicologe Julie Sevenans op. “We hebben bij de jongste verkiezingen in eigen land bijvoorbeeld gezien dat kiezers zich aangetrokken voelden tot het betoog van PvdA en Vlaams Belang. Maar uit onderzoek is gebleken dat die kiezers vaak gematigder standpunten hebben dan de extreme meningen waar die partijen voor staan.”
En toch is het algemene aanvoelen dat populisme ook in ons land in de lift zit. “Zelfs in mijn dichte omgeving merk ik dat de standpunten harder worden en dat ze harder worden verdedigd”, vertelt onderneemster Dewi Van De Vyver. “In mijn familie spreken we niet meer over het conflict tussen Israël en Hamas of de oorlog in Gaza. We geraken er niet uit en de visies staan lijnrecht tegenover elkaar.”
“Ik kom zowel met bedrijfsleiders als bouwvakkers in contact en algemeen zit er toch minder filter op hoe men zich uitspreekt. Toogpraat wordt een mening, een mening wordt een feit”, getuigt Niko Demeester, CEO van Embuild. “Men heeft precies de indruk dat men op alles moet reageren en over alles meteen een mening klaar moet hebben.” Bart De Smet spendeert veel tijd als vrijwilliger in de kantine van de Volley Haasrode Leuven. “Ook daar aan de toog voel ik dat er sneller, zonder grote voorkennis, grote uitspraken worden gedaan. Reacties in discussies lijken me ook heftiger dan vroeger, allicht onder impuls van sociale media en de pers.”


De klassieke media staan onder druk en dus spelen commerciële belangen een steeds grotere rol in hoe ze zich gedragen. “Die media zijn hun rol als gatekeeper, hun signaalfunctie van wat belangrijk nieuws is, kwijt. Hun businessmodel, dat gestoeld was op een groot publieksbereik en advertentie-inkomsten, zit in een neerwaartse spiraal. Vandaag hebben alle media er belang bij om mensen zo lang mogelijk bij zich te houden. En omdat het publiek nu eenmaal meer aandacht geeft aan sensatie en negatieve berichtgeving, leidt dat onvermijdelijk tot kwaliteitserosie”, aldus Jo Caudron. “Hoewel de meeste journalisten hun job nog altijd terdege uitvoeren – laat dat duidelijk zijn.”
Alle media drijven vandaag dus op clickbait: straffe titels en sensationele verhalen die surfers, lezers en kijkers lokken. Julie Sevenans: “Nieuwswaarde wordt vooral bepaald door de vraag: waar gaan mensen op klikken? En het is nu eenmaal zo dat we geconditioneerd zijn om meer aandacht te geven aan negatief nieuws: een conflict is interessanter dan een compromis. Media geven dus de voorkeur aan crisissen, omdat dat mensen boeit. En ze houden ook van snelle quotes en simplistische uitspraken. Bij de Amerikaanse tv-zender CBS zeiden ze dan ook: ‘Trump may not be good for America, but it’s damned good for CBS.’”
Dewi Van De Vyver ziet nog een andere reden waarom populisme aan kracht wint: “Er is veel meer digitaal analfabetisme en digitaal onrecht dan we soms vermoeden. Het is ongelooflijk hoe vaak mensen van het kastje naar de muur worden gestuurd als ze een probleem hebben met hun energieleverancier, hun telecomoperator of hun bank. Je kan die bedrijven niet bereiken, ze hebben geen oplossing voor je probleem … en dat leidt tot frustratie en een gevoel van onrecht. Zoiets vormt een ideale voedingsbodem voor populisten.”
En daar ligt allicht een eerste sleutel om populisme in te dijken. “Het is een symptoom van een onderliggend probleem. Te veel mensen zijn teleurgesteld of voelen zich onrechtmatig behandeld. Door bedrijven, door de politiek, door hun omgeving … Het komt erop aan om die problemen op te pikken, de teleurstelling te temperen en na te gaan hoe daar in de diepte aan een oplossing kan worden gewerkt”, oppert Niko Demeester.

Onderzoek van UAntwerpen heeft aangetoond dat politici wel degelijk oor hebben naar en rekening houden met de publieke opinie. Julie Sevenans: “Uiteraard worden politici gedreven door hun visie en ideologie, maar ze willen constant feedback vanuit de publieke opinie. Ze beseffen immers maar al te goed dat ze over vijf à zes jaar weer verkozen moeten worden door dat publiek. Alleen is het oplossen van problemen soms werk van lange adem en kan de politiek ook niet alles opgelost krijgen.”
Bart De Smet pleit voor wervende verhalen vanuit de politiek. “Ik mis de storytelling bij de huidige generatie politici. Wat is het sterke verhaal dat ons bindt? Waar kunnen we ons met zijn allen achter scharen, en consensus rond vinden? Ik denk dat Bart De Wever daar wel het talent voor heeft.” Dewi Van De Vyver zit op dezelfde golflengte: “Ik ben een atheïste, maar vroeger had je tenminste de kerk, de pastoor en de dokter als houvast. Nu weten velen niet meer waar onze waarden en normen vandaan komen en hoe we die collectief invulling geven. Een constructief discours daarover zou individualisme en populisme kunnen tegengaan.”
Het verenigingsleven kan ook zo’n buffer zijn. Het is de motivatie van Bart De Smet: “Als gepensioneerd bedrijfsleider spendeer ik anderhalve dag in de week voor de volleybalclub, omdat ik er kan bijdragen aan een positief project: jongeren krijgen een opleiding en er zijn heel veel vrijwilligers tussen 50 en 70 jaar in touw om dat te ondersteunen. Dat gaat verzuring tegen.” “Maar”, merkt Jo Caudron, “er is tegelijk een groeiend deel van de bevolking dat afhaakt van klassieke media en bij geen enkele vereniging meer aansluit. Die horen enkel de echokamer van sociale media …”


En dus blijft de hamvraag wat het bedrijfsleven kan doen, hoe het verantwoordelijkheid opneemt in deze? Niko Demeester: “Ik geloof dat onze sector, de bouw, een belangrijke rol vervult. Heel wat kortgeschoolde mensen en nieuwe Belgen vinden bij ons een job. We investeren in rijopleidingen, leren talen aan, brengen hen de technologie bij die ze nodig hebben … Dat is uiteraard nuttig voor hun werkgever, maar vooral een stap vooruit qua integratie. En als het op loon en vakantie aankomt, worden de afspraken collectief geregeld binnen de sector, zodat iedereen dezelfde voordelen krijgt.”
Het aanvankelijk enthousiasme bij vele ondernemers over Trumps tweede termijn en zijn forse ingreep in het overheidsapparaat, is inmiddels bekoeld. “Ondernemers blijven voorstander van een efficiëntere overheid, maar ze hebben gemerkt hoe extreem de uitwassen van DOGE in de VS zijn geweest en vooral hoezeer die ingrepen ook een gevaar vormen op de lange termijn”, stelt Jo Caudron. “Ik merk vooral dat ondernemers nu overtuigd zijn van het nut van de EU en voorstander zijn van verdere Europese samenwerking. Zolang Trump gekke dingen doet, zal dat momentum hopelijk worden benut.”
“Er wordt vaak gefoeterd over Europese regelgeving, maar ik denk dat men niet beseft hoezeer de EU met haar regelgevend kader kansen voor ondernemers creëert”, aldus Dewi Van De Vyver. “Wie op de lange termijn denkt, zal beseffen dat soevereiniteit over onze data en technologie de hoogste waarde heeft. Zowel ondernemers als investeerders zouden moeten beseffen dat we die zaken absoluut binnen Europa moeten houden.”