Toen herbruikbare bekers in 2023 de norm werden, stond de festivalsector op zijn kop. Maar vandaag kijkt niemand er nog van op. Meer nog: heel wat festivals gaan intussen veel verder om hun ecologische voetafdruk te verkleinen. Paradise City en Campo Solar zijn daar twee sterke voorbeelden van. Business Vlaanderen sprak met de organisatoren over hun duurzame keuzes. “Het is vooral een kwestie van eraan te beginnen. Hoe klein ook, elke inspanning telt.”
De zomer is in het land en dat betekent dat ook het festivalseizoen geopend is. België springt er tussenuit, want zowat elk dorp in Vlaanderen brengt mensen deze zomer samen om muziek te beleven. Alleen, festiviteiten brengen ook afval met zich mee en zetten druk op de omliggende omgeving. Om die impact te verkleinen, leveren steeds meer organisatoren extra inspanningen. Paradise City is daar één van. Het festival in Perk, bij Steenokkerzeel, startte in 2015. “We zijn heel voorzichtig begonnen, vooral uit idealisme en met kleine ingrepen, zoals de invoering van herbruikbare bekers”, zegt organisator Gilles De Decker.

Vandaag is het festival een voorbeeld voor de sector. Er zit een doordacht duurzaamheidsplan achter alle acties. “Zo hebben we al enkele jaren een duurzaamheidscoördinator die nagaat hoeveel CO2 we per editie uitstoten, welke initiatieven echt impact hebben en waar we nog kunnen verbeteren.” Uit die analyses bleek onder meer dat de mobiliteit van en naar het festival anders en beter kon. “Daarom hebben we de laatste jaren volop ingezet op openbaar vervoer en leggen we nachttreinen en bussen in naar grote steden en gemeenten. Dat helpt, maar we doen natuurlijk veel meer dan dat.”
Zo gebruikt Paradise City tijdens de opbouw van het festival mobiele batterijen. Die worden opgeladen via hernieuwbare energie van een zonnepark op het terrein.

Aan de andere kant van Vlaanderen, in de velden van Damme, is er Campo Solar, in 2023 uitgeroepen tot mooiste festival van België. Daar wordt in de voorbereidende fase onder meer volop gezaaid. “Dat doen we in samenspraak met de landbouwers, om natuurlijke paden te creëren. Het ecologische voordeel is dat we dan zo weinig mogelijk extern materiaal moeten aanbrengen”, zegt organisator Karel Standaert.
Daarnaast onderscheidt Campo Solar zich ook in materiaalgebruik. Je vindt er geen overdaad aan reclamebanners of metalen hekkens, maar hout, planten, bloemen, zand en zelfs palmbomen. Ook de vuilnisbakken, balustrades en podia worden met veel oog voor detail opgebouwd uit natuurlijke materialen. “Daardoor wanen bezoekers zich op een zinderende bestemming, ver weg van de realiteit, maar tegelijk geworteld in de Vlaamse bodem. De gewassen vormen daarbij een natuurlijk doorgang tussen de verschillende zones. Het terrein groeit dus letterlijk op voorhand naar het festivalmoment toe.”

Ook de camping van Campo Solar is volledig ingebed in de natuur, midden tussen de maïs en zonnebloemen. “Ook dat terrein proberen we met zoveel mogelijk respect te behandelen”, aldus Standaert. Alleen is de realiteit dat na het festival veel afval op het terrein achterblijft: van tentjes tot verpakkingen en lege blikjes. “Maar ook daar bestaan creatieve oplossingen voor”, gaat De Decker verder. “Zo hanteren we op Paradise City lage drankprijzen en is in het kampeerticket ook een ontbijt inbegrepen. Op die manier vermijden we dat bezoekers met een frigobox vol drank en voedsel in plastic verpakkingen naar het terrein komen.”
Maar ook de goedkope partytentjes zijn op Paradise City al even verleden tijd. Daarvoor ging het festival een samenwerking aan met KBC, dat tenten voorziet die je makkelijk opnieuw kan opplooien en meerdere keren kan gebruiken. “We bieden ze volledig gratis aan, maar er staat wel een waarborg op, zodat bezoekers ze ook met zorg behandelen.” Aan het initiatief zijn alleen maar voordelen verbonden: minder afval, minder opkuiswerk en een tevreden partner, omdat die zich kan verbinden aan een duurzaam project. “En voor festivals die op zoek zijn naar partners ligt daar dus een kans. Want door werk te maken van duurzaamheid maak je niet alleen je verhaal sterker, maar geef je bedrijven een concrete reden om mee in het verhaal te stappen”, besluit De Decker.