Sint-Niklaas ligt in het hart van het Waasland en heeft dankzij zijn centrale ligging tussen Gent en Antwerpen een belangrijke economische functie. En die troef wil het stadsbestuur deze legislatuur meer dan ooit uitspelen, want Sint-Niklaas is één van de weinige plekken in Vlaanderen waar er nog een voorraad aan industriegrond beschikbaar is. We bespreken de beleidsplannen, ambities en uitdagingen met schepen voor stadsontwikkeling, economie en digitalisering Carl Hanssens (N-VA).
Waar liggen volgens u de economische uitdagingen voor Sint-Niklaas?
Carl Hanssens: Zoals alle steden willen we een welvarende en een sociale stad zijn. Als ik naar de werkzaamheidsgraad kijk als economische indicator, dan doen wij het met 74% niet slecht voor een centrumstad. Toch zal het moeilijk worden om de Vlaamse doelstelling van 80% werkzaamheidsgraad te halen. Als centrumstad heb je altijd meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt dan een landelijke gemeente.
Het is ook zorgwekkend dat het aantal werkzoekenden op heel korte tijd is gestegen van 2.500 naar 4.000. Daar liggen diverse factoren aan ten grondslag. We tellen relatief veel nieuwkomers, mensen die kortgeschoold zijn en soms minder kennis hebben van het Nederlands. Die groepen zijn doorgaans moeilijker om te activeren. Ook de twee asielcentra op ons grondgebied hebben een impact op dat cijfer.
Activering is dus een uitdaging. Binnen ons OCMW hebben we daar een specifiek team voor, dat liefst 55 mensen telt. Dat levert wel resultaat op: bij 42 van de 100 trajecten die we doen, is de persoon in kwestie na 6 maanden nog altijd aan de slag. Dat is één van de betere scores onder de centrumsteden.
We willen tegelijk meer jobs creëren in eigen stad. Op dit moment ligt het aantal beschikbare jobs per 100 mensen op arbeidsleeftijd op 76, dat is eerder laag. En het betekent dat mensen dus vaak elders een job moeten zoeken. We willen de komende jaren prioritair meer bedrijven en dus meer werkgelegenheid aantrekken op ons grondgebied.
Is er nog wel genoeg ruimte beschikbaar voor die nieuwe bedrijven?
Carl Hanssens: Jazeker. Op dat vlak zijn we atypisch. We hebben nog een groot contingent van beschikbare terreinen, die we in de komende 10 jaar kunnen aansnijden. Het meest vergevorderd is de zone De Winningen, een regionaal bedrijventerrein van 40 à 45 hectare. Planologisch is de bestemming hiervoor in orde via een RUP. De volgende stap is dat we een verkavelingsplan uitwerken en de wegenis aanleggen om de zone klaar te maken voor exploitatie door de private eigenaars. Ik hoop dat we vanaf 2028-2029 de eerste bedrijven zullen kunnen verwelkomen.
Dat het nog even tijd vergt, heeft te maken met het feit dat de zone ten noorden van De Winningen, het vroegere bedrijf SVK Bouwmaterialen, ook een nieuwe bestemming krijgt. Op die 36 hectare voorzien we een multifunctionele zone met bedrijvigheid, een school, woningen, ontspanning, enz. Maar de ontsluiting van die terreinen zal ook voor een deel via de wegenis van De Winningen moeten lopen. Dat moeten we dus goed op elkaar afstemmen.
Een tweede zone waar er mogelijkheden zullen zijn, is de stationsomgeving. Ook daar willen we meerdere functies combineren om deze wijk te dynamiseren, waaronder kantoren die een soort van ‘brainport’ moeten vormen. En daarnaast is er de Moerlandsite, die vrijkomt van zodra het ziekenhuis is verhuisd. We gaan voor elk van die toekomstplekken werken met een masterplan. En per locatie zal één stedelijk adviseur het project als coördinator zal begeleiden.

Welke andere prioriteiten schuift het bestuur in deze legislatuur naar voren?
Carl Hanssens: We willen onze ondersteuning voor startende ondernemers herzien. In plaats van premiereglementen die zeer formalistisch zijn, gaan we eerst inzetten op coachingtrajecten die de ondernemers helpen om een succesvol bedrijf uit te bouwen. En vervolgens, als de ideeën gerijpt zijn en ze een stap verder staan, zouden ze in aanmerking kunnen komen voor een premie.
We willen ook het economisch ecosysteem versterken door bedrijven in contact te brengen met relevante netwerken: denk aan sectorfederaties, Unizo en Voka. Maar ook met lokale initiatieven zoals De Kern, het platform voor handel en horeca die de onderlinge samenwerking versterkt met steun van de stad. Of ook de bedrijvenvereniging Bepasin, die intussen meer dan 200 leden telt en waar bedrijfsleiders elkaar bezoeken en kennis en ervaringen met elkaar delen.
In welke sectoren of activiteiten zien jullie het grootste potentieel voor de toekomst?
Carl Hanssens: Uiteraard willen we liefst bedrijven aantrekken die veel werk creëren en een hoge toegevoegde waarde hebben. Met vier Factories of the Future – Newell Brands, Niko, ST Engineering en Van Hoecke – hebben we een reputatie hoog te houden. Maar ik denk specifiek aan de bouwsector, die al sterk vertegenwoordigd is in het Waasland en waar we de ambitie hebben om een rol op te nemen in de circulaire economie. Met Cocon hebben we een grote broedplek gecreëerd op het snijpunt van de circulaire en de sociale economie. Het is een voormalig bedrijfsgebouw dat helemaal gerenoveerd en waar maximaal gewerkt is met gerecupereerde materialen. Het moet een circulaire hub worden, waar zich bedrijven vestigen die daarin actief zijn. Uiteraard is dat een ontluikende sector. Maar we merken stilaan meer en meer belangstelling hiervoor.
En waar wil u zich als schepen persoonlijk voor engageren?
Carl Hanssens: Dit is mijn derde mandaat en ik wil vooral veel contacten met ondernemers onderhouden, om na te gaan wat we als beleidsmaker voor hen kunnen doen, en wat we vooral niet zouden moeten doen. We moeten lokaal het juiste kader zetten, dat ondernemen faciliteert en niet belemmert. Ik ga me dus inzetten om gericht de juiste bedrijven aan te trekken en om er binnen ons schepencollege voor te zorgen dat het ondernemende kader niet moeilijker wordt gemaakt door beslissingen die we nog moeten nemen.