Hét toonaangevende zakenplatform voor Vlaanderen
Fons Leroy maakt de balans op
Fons Leroy: “Jongeren zouden allemaal een stage in het buitenland moeten doen. Jezelf eens ‘de vreemde eend’ voelen is een ideale remedie tegen racisme en discriminatie.”

Fons Leroy maakt de balans op

“Het voordeel van ouder ­worden is dat je veel meer rekening gaat houden met de toekomst”

Fons Leroy bouwde een carrière uit die even indrukwekkend als betekenisvol was. Deze licentiaat in de rechten werkte 15 jaar op kabinetten van Vlaamse socialistische ministers, waar hij mee het werkgelegenheidsbeleid uittekende. Als gedelegeerd bestuurder van de VDAB mocht hij het vervolgens in de praktijk waarmaken. Tien jaar lang was hij een pleitbezorger voor een mensgerichte kijk op werk en loopbanen. En ook na zijn pensioen blijft hij een betrokken stem in het debat over werk, welzijn en zingeving. In De Balans blikt hij openhartig terug op wat werken en leven hem hebben geleerd.

Wat was uw kinderdroom? 

Als kind droomde ik van reizen. Ik ben opgegroeid met de stripverhalen van Suske en Wiske en Nero. Mijn grootmoeder was geabonneerd op Het Nieuwsblad, en elke dag knipte ze de Suske en Wiske-strip uit de krant. Wanneer het verhaal uit was, bond ze alle stroken samen en zo had ik om de drie maanden een nieuwe strip. Mijn grootvader deed hetzelfde met de stripverhalen van Nero uit Het Volk. Nero ging naar Papoea-Nieuw-Guinea, Suske en Wiske naar Japan en Texas. Dat intrigeerde mij. Ik wilde de wereld zien. 

Fons Leroy maakt de balans op 1
“Machtswellust en hebzucht regeren de wereld. Het ontbreekt ons vandaag op grote schaal aan morele ambitie”, aldus Fons Leroy.

En wat is er van die droom geworden?

Zowel recreatief als professioneel heb ik veel gereisd. Andere culturen confronteren ons vaak met onze eigen kleine kantjes. In Gambia leerde ik een jongeman kennen die ons door het land gidste. De eenvoud van het leven daar, de openheid van de mensen, hoe ze de weinige dingen die ze hebben met elkaar deelden, het is een heel andere manier van met elkaar omgaan. Je ziet vaak dat wie weinig heeft, sneller geneigd is om te geven en te delen dan wie in overvloed leeft.

Ondanks de culturele verschillen trof mij vooral ook de gelijkenis tussen mensen. Waar ze ook wonen, hebben mensen dezelfde dromen en verwachtingen. Dat ze een dak boven hun hoofd hebben, dat hun kinderen gelukkig zijn. Tijdens mijn studies heb ik een jaar in Canada gewoond. Daar heb ik geleerd dat het niet simpel is om je in een andere cultuur te begeven, dat je je toevlucht zoekt tot wie en wat je kent. Maar ook dat je altijd mensen vindt die je willen helpen. 

Jongeren zouden allemaal een stage in het buitenland moeten doen. De confrontatie met andere culturen leert ons bruggen bouwen en verbinding maken. Jezelf eens ‘de vreemde eend’ voelen is een ideale remedie tegen racisme en discriminatie. Reizen laat een zware ecologische voetafdruk na, dat is waar. Maar ook een grote maatschappelijke voetafdruk. En bij die meerwaarde staan we soms te weinig stil. 

Wat heb je geleerd van je ouders? 

Mijn vader werkte op de mijn in Zolder. Ondanks zijn zesdaagse werkweek heeft hij zich bijgeschoold tot leerkracht. Hij heeft mij geleerd om opportuniteiten te grijpen en te blijven leren. Mijn ouders waren allebei sterk sociaal geëngageerd. Ik ben altijd vrij rebels geweest. Als jongere heb ik veel betoogd. Tegen de aanleg van de A24 in Limburg bijvoorbeeld, waardoor veel natuur verloren ging. Als iets mij verontwaardigde, dan ging ik de straat op. 

Ik vind dat ieder mens, organisatie of onderneming naast bijvoorbeeld een economische ook een morele ambitie moet hebben. Die ontbreekt vandaag op grote schaal. Machtswellust en hebzucht regeren de wereld. Als we op langere termijn leefbare perspectieven willen creëren voor de volgende generaties, dan moeten we vertrekken vanuit onze morele ambitie en ons de vraag stellen: hoe kunnen we ons organiseren, werken, ondernemen om er als samenleving op vooruit te gaan? 

Waar vindt u geluk? 

Ik vind geluk in de alledaagse dingen. Voor dit gesprek heb ik een lange wandeling langs de zee gemaakt en ik heb een zeehondje gezien. Zulke onverwachte momenten maken mijn dag. Maar ook in mijn werk heb ik altijd groot geluk gevonden. Dat werkgeluk gun ik iedereen. 

We weten allemaal dat we langer zullen moeten werken. Maar dat moet ook haalbaar zijn. Enkel employability is niet genoeg. De goesting om te werken, of enjoyability, is een voorwaarde die ook vervuld moet worden. Daartoe moet er geïnvesteerd worden in opleidingskansen, duurzaamheidsstrategieën, meer autonomie voor de werknemer en mentale en fysieke gezondheid, allemaal belangrijke factoren voor werkgeluk. 

Vooral dat laatste is een zwaard van Damocles dat boven onze arbeidsmarkt hangt. We hebben op dit moment dubbel zo veel zieken als werkzoekenden. Veel mensen vallen al op jonge leeftijd uit met een burn-out of overmatige stress. Werkgevers moeten dus niet enkel aandacht hebben voor competenties en vaardigheden, maar ook voor de mentale en fysieke gezondheid van hun medewerkers. Ondernemingen die zich daarvan bewust zijn, kunnen uitgroeien tot huizen van werkgeluk. 

Fons Leroy maakt de balans op 2
“Ik wil het gevoel hebben dat ik iets bijdraag, dat ik iets beteken voor de maatschappij.”

Welke karaktereigenschap bewondert u in mensen? 

Ik bewonder in mensen vooral nieuwsgierigheid. Nieuwsgierigheid ligt aan de basis van heel veel andere competenties. Als je nieuwsgierig bent, wil je kennis vergaren, leren, ontdekken, begrijpen. En zo vervallen oordelen, stigmata en wantrouwen. Het impliceert ook empathie. Wie oprecht geïnteresseerd is in wat iemand denkt, voelt of ervaart, verplaatst zich impliciet in die persoon, wil weten wat er in de ander omgaat. Als je nieuwgierig bent naar elkaar, ga je minder polariseren.

Nieuwsgierigheid richt zich niet alleen naar buiten, maar ook naar binnen: naar het waarom van je eigen overtuigingen en reacties. Wie nieuwsgierig durft te zijn naar zichzelf, ontwikkelt meer bewustzijn en nuance.

De meeste ondernemers die ik ken zijn nieuwsgierige mensen. Het drijft hen om vragen te stellen zoals “Waarom werkt dit zo?”, “Kan het anders?”, “Wat als…?” Die houding maakt dat ze kansen zien waar anderen beperkingen zien. Op die manier voedt hun nieuwsgierigheid innovatie. Zonder nieuwsgierigheid zouden ondernemers vooral herhalen wat al bestaat. En dan zouden ze geen ondernemers meer zijn, maar beheerders.

Heeft u ergens spijt van? 

Nee. Niet omdat ik nooit fouten gemaakt heb, maar omdat ik altijd getracht heb om eruit te leren. Natuurlijk gebeuren er in je leven altijd zaken die je liever niet had zien gebeuren. Ik heb mijn broer en zus op heel korte tijd verloren. Dat is meer dan spijtig. Ondanks dat grote verlies voel ik vooral ook dankbaarheid voor wie ze waren. Als ik me herinner hoe we samen jong geweest zijn, hoe mijn broer en zus mij voor een stuk mee gevormd hebben, dan overstijgt dat elke vorm van spijt. We worden uiteindelijk allemaal wie we zijn door onze ervaringen en vooral ook door de personen die we op ons pad ontmoeten, die ons gidsen en met ons meelopen. Zij worden een stukje van ons. 

Waar bent u trots op?

Ik ben trots op mijn kinderen en kleinkinderen. Mijn kinderen zijn opgegroeid met een afwezige vader. In mijn jaren als kabinetschef draaide ik lange dagen en zagen ze mij amper. Later, als hoofd van de VDAB, was ik zeer maatschappelijk geëngageerd en ging ik twee tot drie avonden per week spreken voor ondernemers en organisaties. Ik was wel emotioneel betrokken bij hun activiteiten en hun perspectieven. Maar fysiek was ik er gewoon vaak niet. Als ik kijk naar wie mijn kinderen geworden zijn, hoe ze nu op hun beurt ouders zijn, dan kan ik alleen maar fier zijn op hoe goed ze dat gedaan hebben. 

Ik heb ooit in een boek geschreven dat de sociale partners zouden moeten vergaderen met zicht op een tuin waarin hun kinderen en kleinkinderen spelen. Als je je kinderen en kleinkinderen voor ogen houdt, neem je gemakkelijker beslissingen met het oog op de lange termijn. Maatregelen die positief zijn voor de welvaart en het welzijn van de volgende generaties. Dat is het voordeel van ouder worden: dat je veel meer rekening gaat houden met de toekomst. Dat is een reflex die ik graag zou zien bij beleidsmakers. 

Fons Leroy maakt de balans op 2
“Ik wil het gevoel hebben dat ik iets bijdraag, dat ik iets beteken voor de maatschappij.”

Waar staat u voor op ’s ochtends?

Mijn job was mijn passie. Jarenlang heb ik met plezier 60 uur per week gewerkt. Omdat ik betekenisvol bezig kon zijn voor de samenleving. En dat is niet veranderd. Ik hou er niet van dat mijn agenda leeg is. Een presentatie geven of deelnemen aan een debat, een probleem oplossen binnen een NGO, een blog of een boek schrijven, dat geeft mij zin. Ik doe dat niet voor mezelf; de opbrengst van mijn boeken schenk ik altijd aan goede doelen. Maar ik wil het gevoel hebben dat ik iets bijdraag, dat ik iets beteken voor de maatschappij. 

Dankzij de kansen die ik professioneel gekregen heb, heb ik veel ervaring kunnen opdoen over onder meer de relatie tussen arbeidsmarkt en onderwijs en arbeidsmarkt en armoede. Ook vandaag nog probeer ik bruggen te bouwen tussen die sectoren. Hoe kunnen we die twee werelden verbinden, zodat wie het moeilijk heeft meer kansen krijgt en bedrijven tegelijk kunnen groeien? Zulke vragen houden mij nog altijd bezig. 

Maar naast de maatschappelijke impact is er ook de impact die we hebben op elkaars levens. Wanneer ik medewerkers van de VDAB tegenkom die zeggen: “Dat was een fijn gesprek met u” … dat doet mij deugd. Het zijn de menselijke contacten die nazinderen. Mensen die vinden dat ik iets voor hen betekend heb, hebben ook iets voor mij betekend. Het is altijd tweerichtingsverkeer.

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten